Direct naar inhoud
AEF
06 October 2021

AEF-rapport schept helderheid in financiering OZA’s

Op verzoek van Met Andere Ogen onderzocht bureau Andersson Elffers Felix (AEF) de verschillende financieringswijzen van onderwijs-zorgarrangementen (OZA’s). Het eindrapport met de titel Financiering dienstbaar maken verscheen op 20 september 2021 en kwam tot stand na gesprekken met tientallen ervaringsdeskundigen uit de wereld van gemeenten, schoolbesturen, jeugdzorg en samenwerkingsverbanden passend onderwijs.

Een deel van hen was onderdeel van een klankbordgroep die betrokken was bij de definitieve versie van het rapport. Voorafgaand aan de publicatie sprak Met Andere Ogen met een aantal van hen over de vragen: wat heeft het veld aan dit rapport? Waarvoor is het goed bruikbaar? En om te beginnen: wat maakt de financiering van OZA’s zo ingewikkeld? Of valt het eigenlijk wel mee?

Cathrien Burgler, onderwijs-zorgspecialist bij Cosis:

'Het wordt pas ingewikkeld als je geen gezamenlijke, regionale visie hebt, zegt. Je hebt nog een lange weg te gaan als een van de partijen zegt: ‘ja, maar daar doen wij niet aan’. Je moet een gezamenlijk vertrekpunt hebben, en de gezamenlijke wil om iets van de grond te krijgen.'

Daarnaast heeft een gesprek over geld altijd iets ongemakkelijks: wie gaat wat betalen? Je kunt nog zo graag iets willen met elkaar, als het niet duidelijk is wat precies zorg is, en wat onderwijs, is het soms lastig om tot uitvoering te komen.

Bij een pilotproject lukt dat vaak nog wel, maar zodra de stap wordt gezet naar meer structurele vormen van samenwerking tussen onderwijs en zorg, knellen de ambities vaak op grenzen van wet- en regelgeving, en bijbehorende financieringsstromen.

Beginnen bij de leerling

Het AEF-rapport over de financieringswijzen van OZA’s pelt een OZA als het ware af tot de kern, en bouwt het proces weer op vanuit een gezamenlijk vertrekpunt. De praatplaten die zijn opgenomen aan het eind van de hoofdstukken kunnen behulpzaam zijn bij het gesprek.

'Wat vooral sterk is aan de praatplaten, is dat ze beginnen bij de leerling”, zegt Everlyn van den Brink, directeur-bestuurder bij SWV VO Gelderse Vallei. “De leerling heeft een ondersteuningsbehoefte, en vervolgens zoeken we gezamenlijk naar een passende plek voor deze leerling. Hoe gaan we dat doen? Het rapport biedt daarvoor overzichtelijke handvatten.'