Direct naar inhoud
16 June 2020

Het belang van doelstelling in de jeugdhulp: Samen op weg naar 0-doelen

In deze blog op kaponline.nl benadrukken Peter Dijkshoorn en Arne Popma het belang van doelstelling in de jeugdhulp. Ze trekken een vergelijking met de missie van Rijkswaterstaat: nul verkeersdoden. Sinds 1975 streven zij naar dat doel. Campagnes, verandering van wetgeving, onderzoek doen, patronen herkennen en opnieuw aanpassingen doen heeft effect. Zou zo'n doelstelling ook voor de jeugdhulp werken?

In 1998 werden 26.000 kinderen uit huis geplaatst. Twintig jaar later, in 2018 waren dat er 42.000. Bijna twee keer zoveel. Hebben we onderzoek gedaan bij al deze uithuisplaatsingen, om te leren wat we hadden kunnen doen voor deze gezinnen? Hoe we ze hadden kunnen helpen zodat kinderen bij hun ouders en broertjes en zusjes hadden kunnen blijven wonen? En hebben we onderzocht hoe het de uithuisgeplaatste kinderen is vergaan? Ja, zeker. Er vinden prachtige studies plaats, die waardevolle kennis opleveren.

Maar waarom lukt het ons dan toch niet om het aantal uithuisplaatsingen te verminderen? Dat komt doordat het ons ontbreekt aan een gezamenlijk en overkoepelend plan. Een plan waarmee we bestaande kennis benutten, interventies doen en die vervolgens goed evalueren. Stap voor stap op weg naar het doel.

Bemoedigende initiatieven

Een onderzoek in Flevoland heeft laten zien dat van de hulpverleningsgeschiedenis van opgenomen kinderen heel wat te leren viel. Zo was van verreweg de meeste kinderen het doel van de behandeling tijdens opname niet bekend. Dit terwijl het gezamenlijk met kind en ouders bepalen van het doel een van de krachtigste middelen is om succes te bereiken in een behandeling.

Een groot deel van de kinderen was in een instelling opgenomen zonder dat er een analyse was gedaan met gebruik van de meest recente kennis, om het probleem in het gezin goed te begrijpen. Er was dus ook geen effectieve hulp geboden in de thuissituatie.

Een derde van de kinderen kreeg in de instelling behandeling; niet voor het oorspronkelijke probleem, maar voor een probleem dat tijdens de opname was ontstaan: agressie. Dit zijn nare uitkomsten. Maar het is goed dat het uitgevoerd is.

Flevoland is de eerste regio waar zo’n onderzoek gedaan is. Een onderzoek dat richting geeft aan verbetering en Flevoland doet nu zijn best van dit onderzoek te leren.

Ketenbreed Leren

Inmiddels zijn er in de Nederlandse jeugdhulp een aantal soortgelijke, goede initiatieven. Ketenbreed Leren is er zo een. Dat onderzoek brengt van 75 jongeren die in JZ, LVB, JJI en GGZ zijn opgenomen de levensgeschiedenis, gezins- en sociale omstandigheden en hulpverleningsgeschiedenis in kaart. Met als doel er voor elk betrokken kind en gezin van te leren, maar ook om patronen boven water te krijgen en de zorg te verbeteren.

Eén patroon wordt langzamerhand al duidelijk: ouders hebben niet op tijd hulp dúrven zoeken, of niet de best mogelijke hulp gekregen. Dat kan dus beter.

K-EET

Een ander initiatief is K-EET, de landelijke ketenaanpak eetstoornissen. Nog steeds worden (jonge) patiënten zeer ernstig ziek en komen soms te overlijden door een eetstoornis. Er worden nu expertisenetwerken opgezet die de zorg voor deze zieke jongeren zo goed mogelijk ontwikkelen én die er ‘stroomopwaarts’ voor gaan zorgen dat patiënten met eetstoornissen eerder worden ontdekt en eerder en beter behandeld.

Ik laat je niet alleen

Met ervaringsdeskundigen is besproken: we moeten gaan streven naar nul mensen die overlijden aan een eetstoornis.Een ander mooi voorbeeld is het project ‘Ik laat je niet alleen’. In dit project werken ambassadeurs (veelal gedragswetenschappers) van alle JZ+ instellingen, ervaringsdeskundigen en onderzoekers van de Academische Werkplaats Risicojeugd samen om gedwongen afzondering van jongeren in de JZ+ te verminderen.

Zij leggen daarvoor alle gedwongen afzonderingen vast in een monitor (Samen Uitkomsten Meten). Alle medewerkers werken eraan mee. Op die manier worden patronen van gedwongen afzondering in beeld gebracht en kunnen medewerkers van en met elkaar leren hoe deze patronen zijn ontstaan en hoe ze kunnen worden doorbroken. Op zoek naar nul gedwongen afzonderingen.

STROOMop

Dan is er nog STROOMop. Dit initiatief richt zich op jongeren die nu in de Jeugdzorg+ terechtkomen en misschien het best te beschrijven zijn als ‘jeugdigen van wie niemand precies weet hoe we ze goed kunnen helpen’. De naam zegt het al: STROOMop wil zorgen dat jongeren in de gesloten jeugdzorg de best mogelijke hulp krijgen, maar vooral ook hoe we eerder in de keten betere zorg kunnen ontwikkelen, zodat jeugdigen en hun ouders eerder geholpen worden en steeds minder vaak en uiteindelijk niet meer in de gesloten jeugdzorg terecht hoeven komen.

En met onder andere het onderzoek uit Flevoland in gedachten durft STROOMop te zeggen dat dit een goed streven is: nul jeugdigen worden nog in de gesloten jeugdzorg geplaatst.

113 Zelfmoordpreventie

Ook de zogenaamde psychologische autopsie die onder andere door 113 Zelfmoordpreventie is gedaan na de plotselinge stijging van het aantal suïcides onder jongeren in 2017 is een goed voorbeeld van leren van casuïstiek. Door te zoeken naar patronen die vooraf zijn gegaan aan deze suïcides kunnen we zorg in de toekomst beter en gerichter vormgeven. Op weg naar het doel dat 113, GGZ-Nederland in samenwerking met onder meer de spoorwegen gesteld hebben: nul mensen die eenzaam en radeloos sterven door zelfmoord. Mooie en goede initiatieven.

Wees ambitieus

Ten slotte is er ‘De Beweging van 0’, een groep van professionals die stelt dat we in de jeugdhulp veel ambitieuzer kunnen en moeten zijn: de Rijkswaterstaat van de jeugdhulp. Op hun to-dolijstje staat onder meer: nul gevallen van kindermishandeling en nul kinderen die uit huis worden geplaatst. Maar ook: nul ouders die met hun jeugdtrauma blijven rondlopen en daardoor minder goed functioneren dan ze zouden willen. De basis van denken van deze Beweging van 0 wordt gevormd door de volgende regels:

  • Ga voor grote doelen, zogeheten ‘0-doelen’, want dan bereik je meer
  • Gebruik de kennis van goed geschoolde professionals
  • Werk volgens EBP, met bewezen effectieve methodieken
  • Werk in een herhalende cyclus van analyse, interventie en evaluatie, stap voor stap naar je doel
  • Werk samen met anderen, want grote doelen bereik je nooit alleen!

Steeds meer professionals, instellingen, regio’s en gemeenten omarmen deze ambities. Ook de ministers Hugo de Jonge (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) en Sander Dekker (Rechtsbescherming) schrijven in hun brief van 20 maart 2020:

“Het is bijvoorbeeld haalbaar dat veel meer kinderen met een beperking echt mee kunnen doen, ook als volwassenen, of dat er géén meisjes meer overlijden aan een eetstoornis. Dat vraagt nog beter organiseren, geleidelijk meer integreren van zorg en veiligheid, stoppen met activiteiten die niet werken, implementeren van wat het beste werkt en met wetenschappelijk onderzoek ontwikkelen van nog beter werkzame activiteiten, of beter ondersteunende omstandigheden.”

Samen op weg naar ‘0-doelen’. Laten we onderzoeken, leren en blijven verbeteren. Dan groeien kinderen en hun gezinnen steeds gezonder en veiliger op.

Peter Dijkshoorn is kinder- en jeugdpsychiater niet-praktiserend en bestuurder Accare, landelijk ambassadeur lerend jeugdstelsel. Hij schrijft regelmatig blogs en opiniestukken waarvan het bovenstaande blog op Kind en Adolecent Praktijk er één is. Arne Popma is kinder- en jeugdpsychiater, hoogleraar Amsterdam UMC, locatie VUmc/De Bascule & Spirit Jeugdzorg.