Direct naar inhoud
01 July 2020

Utrechtse aanpak springt er in positieve zin uit: 'Het balletje moest weer bij de ouders komen te liggen.'

Sinds de decentralisatie van de jeugdzorg, worstelen veel gemeenten met de gevolgen daarvan. Utrecht springt er in positieve zin uit, zo blijkt uit onderzoek van de Radboud Universiteit. Wat maakt de Utrechtse aanpak succesvol? Hiervoor zoomde De Pedagoog met twee professionals in op de wijk Overvecht.

Anne van Dorp werkt in Overvecht als buurtteammedewerker voor Lokalis, de organisatie die na de invoering van de Jeugdwet is opgericht voor de basishulp aan gezinnen.

“In alle wijken is een loket waar inwoners van Utrecht hun zorgvraag kunnen neerleggen. Mensen kunnen bij ons binnenlopen of ze worden geïntroduceerd via een derde partij, zoals de school of de huisarts. We bieden basishulp en bij sommige gezinnen komen we tot de conclusie dat er specialistische ondersteuning nodig is.”

Barbara Stremmelaar werkt als systeemtherapeut en orthopedagoog voor Spoor030, de organisatie die na een succesvolle pilot sinds 1 januari van dit jaar de specialistische zorg in de helft van de stad verzorgt, waaronder Overvecht.

“Ik heb in het verleden vaak meegemaakt dat de zorg versnipperd werd aangeboden, dat er wachtlijsten waren of dat organisaties naar elkaar verwezen. Nu zit je met elkaar in een team en kun je heel gericht kijken: wat is de vraag van een gezin en hoe kunnen we zo goed mogelijk helpen?”

In het kort: Waarom het Utrechtse model voor jeugdhulp zo goed werkt

  • Utrecht koos voor één aanbieder voor de basis jeugdhulp: de nieuw opgerichte organisatie Lokalis.
  • Voor specialistische zorg zijn er twee aanbieders die elk de helft van de stad voor hun rekening nemen: Spoor030 en KOOS.
  • Zowel de basishulp als de specialistische hulp zijn georganiseerd per buurt.
  • De buurtteams zijn afgestemd op de specifieke problemen in de wijk waarin ze werken.
  • Utrecht koos voor lump sum financiering; één zak geld voor het hele pakket aan zorg.
  • Utrecht zet vol in op reflecteren en leren van casuïstiek.