Direct naar inhoud

Aanpak Met Andere Ogen aan het woord

‘Als de basis verandert, verandert het systeem wel mee’

Astrid Ottenheym en Pieter van Dijk over nut en noodzaak van een transitienetwerk.

Met Andere Ogen begon met een gedeeld verlangen. Onderwijs, jeugdhulp, jeugdzorg, kinderopvang en sociaal-cultureel werk zochten een plek waar ze samen konden werken aan het vergroten van ontwikkelkansen voor ieder kind. Een plek van ontmoeting, van uitwisseling, van samenwerking, van anders leren kijken, anders leren doen. Door de ogen van een ander, zie je hoe het anders kan.

De eerste fase van Met Andere Ogen is afgerond, de resultaten zijn samengevat in de eindterm. In het eerste half jaar van 2022 onderzoeken we hoe we verder gaan. Dát we verder gaan, lijkt geen vraag meer. Er blijft behoefte aan een netwerk dat de verschillende systemen met elkaar verbindt. Hoe we dat precies vorm gaan geven, bepalen we met elkaar. Wat willen we behouden? Wat missen we nog? Wat willen we dat het oplevert? Hoe betrekken we ook de regio’s die nog wat minder ver zijn in de samenwerking tussen de jeugddomeinen? Wat kan ieder afzonderlijk aan het netwerk bijdragen?

Dwars door systemen heen

Met Andere Ogen is een transitienetwerk dwars door de systemen heen. De mensen die aan het netwerk deelnemen, staan met één been in het systeem, met een ander been daarbuiten, in het netwerk. Twee van hen, twee van de bestuurlijk ambassadeurs van Met Andere Ogen, maken zich hard voor continuering van een wijd vertakt, krachtig netwerk dat nodig is om de verandering te realiseren die zo nodig is. Niet toevallig werken zij beiden voor organisaties die zijn opgericht om verbinding te leggen tussen onderwijs en andere jeugddomeinen.

We spraken met Astrid Ottenheym, directeur-bestuurder van Passend Primair Onderwijs Noord-Kennemerland, en Pieter van Dijk, directeur-bestuurder van Passend Onderwijs (VO) Barneveld-Veenendaal.

Belangrijkste vraag: wat is het nut en de noodzaak van een netwerk als Met Andere Ogen?

Van afrekencultuur naar rekenschap

Astrid formuleert het stellig:

‘Dit is de enige manier om verandering te realiseren. In systemen zitten mensen vast in hun eigen gelijk. Niemand heeft alle wijsheid, maar samen hebben we die wel. Niemand heeft de oplossing, samen komen we een heel eind. Het begint met het willen leren van fouten. En met stoppen elkaar af te rekenen op fouten. Dat ondermijnt het lerend vermogen. Een wethouder vertelde me eens: een pilot mag nooit mislukken, want anders gaat je kop eraf. Die afrekencultuur is een grote belemmering voor verandering.’
Pieter: ‘In plaats daarvan moeten we naar een cultuur van rekenschap afleggen. Iedereen binnen het netwerk levert een eigen bijdrage aan de oplossing van het probleem, ook het ministerie als onderdeel van het systeem. Goede oplossingen ontstaan alleen in verbinding met elkaar. Niet door te lobbyen – dat is de oude manier van denken – maar door je te verbinden met alle lagen in het systeem.’

Meervoudig perspectief

Waar het op neerkomt is dat we leren kijken vanuit een ‘meervoudig perspectief’, zoals dat heet. Niet toevallig werkt Astrid aan een promotieonderzoek op dit onderwerp aan het Donders Intitute van de Rijksuniversiteit Nijmegen.

‘We zitten midden in een transitie. De oude manier is: denken en handelen vanuit je eigen belang, argumenten aanleveren voor je eigen gelijk, en wie het hardste roept dicteert de werkelijkheid. Waar we naartoe gaan: we betrekken alle gezichtspunten en zoeken gezamenlijk, op een hoger niveau, naar een overkoepelend gelijk.’

Van polderen naar terpen bouwen, vat Pieter de verandering samen: gezamenlijk steeds een stukje hoger komen, om uit te komen boven het maaiveld. Het doel is steeds: zoeken naar een gezamenlijk belang. In het geval van het jeugddomein is dat: zo groot mogelijke ontwikkelkansen voor de jeugd. En vervolgens: hoe bereiken we dat, wat gaan we doen? Met andere ogen kijken is dus vooral: met andere ogen doen.

Astrid: ‘Er is maar één belang: dat van de jeugdigen. Wat hebben zij nodig, is ons richtsnoer op alle niveaus. De vraag die iedereen binnen het netwerk zich stelt, moet zijn: hoe kan ik bijdragen aan het belang van de jeugdige, wat heb ik daarvoor nodig en vooral: wie heb ik daarbij nodig?’

‘Helpt het wat ik doe?’

Van politiek houden ze zich verre. Het gaat niet om begrippen als ‘sociaaldemocratisch’ of ‘liberaal’. Ook die horen bij het oude denken. Het gaat om ‘groter denken, kleiner doen’, aldus de oproep van Herman Tjeenk Willink uit 2018.

Pieter: ‘Ik geloof niet in het bestoken van ‘Den Haag’. Wel in samenwerken met de lokale politiek. Als we op dat niveau de praktijk weten te veranderen, veranderen de wetten uiteindelijk mee. Van A naar B ga je met de wetten van B. Zolang die er nog niet zijn, kun je je wel alvast zo gedragen.’

Een vraag die helpt is bijvoorbeeld: is iedereen op de hoogte van de afspraken over een kind? En is de professional in staat om haar taak uit te voeren? Diezelfde vragen kun je stellen aan het kind: weet iedereen wat er is afgesproken, en ben je nu voldoende geholpen, of heb je iets anders nodig?

Astrid:

‘Met deze vragen versterk je de pedagogische alliantie tussen kind, ouder en professional, de basis onder alles wat we doen. En steeds stellen we ons de vraag: helpt het wat we doen? Binnen Met Andere Ogen stellen we ons die vraag, en ook de minister zou zich iedere dag die vraag moeten stellen: helpt het wat ik doe? En doen we dan altijd alles goed? Natuurlijk niet. Zolang je je maar verantwoordelijk voelt om te leren van wat je doet.’

Van onderop

Een mooie metafoor van de manier waarop een netwerk als Met Andere Ogen werkt, laat de Amerikaanse sociologie Martha Beck zien in haar experiment The Pyramid and the Pool. Ze bouwde een piramide van suikerklontjes. Als je die veranderen wilt, begin je doorgaans van bovenaf, maar werkelijk veranderen doe je daar de piramide niet mee. Totdat je de bak waarin de piramide staat vol laat lopen met water. En zie: van onderop zakt de piramide langzaam in elkaar, totdat hij volledig is opgelost in het water.

Zo werkt verandering: als een proces van onderop. Als de basis eenmaal verzadigd is van de andere manier van kijken, de andere manier van doen, dan verandert het systeem daarboven vanzelf mee. Dat is het nut en de noodzaak van een netwerk als Met Andere Ogen. En het mooie is: we hoeven zo’n netwerk niet meer op te bouwen, het is er al.