Direct naar inhoud

Gemeenten en vrijgevestigden: De voordelen en uitdagingen bij het vormen van een coöperatie

Aan het woord hierover zijn:​ Peter Verschuren, Wethouder Jeugd Midden-Groningen​, Miranda Piek, Vrijgevestigde Orthopedagoog​ en Andrea Lagro van Bureau Lagro, ondersteuning bij kleinschalige professionele zorgaanbieders met het opzetten van kwaliteitssystemen, aanbestedingen en berichtenverkeer.

Gemeenten zijn verantwoordelijk om de zorg bij verschillende spelers uit de regio in te kopen. In de praktijk gaat de inkoop veelal uit van de grote instellingen. We zien hierbij dat vrijgevestigde jeugdhulpprofessionals vaak over het hoofd worden gezien. Vrijgevestigden spelen een belangrijke rol in de jeugdhulp. Zelfstandig werkende psychologen, psychiaters, orthopedagogen, vaktherapeuten psychotherapeuten en overige jeugdhulpaanbieders kunnen vrijgevestigde aanbieders zijn. Naast de behandeling en begeleiding van kinderen en jongeren, en hun gezinnen kunnen zij (preventieve) ondersteuning bieden in het onderwijs, het wijkteam en bij huisartsen.

Er is een groot tekort aan jeugdzorgprofessionals en er zijn lange wachtlijsten. Door de huidige ontwikkelingen in de jeugdhulp, verandert ook de positie van vrijgevestigden.

Reeks interviews

In een reeks interviews willen we vanuit het perspectief van gemeenten en vrijgevestigden kijken hoe we gezamenlijk antwoorden kunnen vinden op deze uitdagingen. Volgens Janet Kos, intermediair vrijgevestigden, is de dialoog tussen opdrachtgever en opdrachtnemer essentieel in de jeugdhulp. Voor dit vierde deel interviewde Kos Wethouder Peter Verschuren, Midden-Groningen en portefeuillehouder jeugd. Vanuit het perspectief van de vrijgevestigde jeugdzorgprofessionals spraken we Andrea Lagro, directeur van Bureau Lagro en de voorzitter van de Raad van Bestuur van Zorgkracht 12, de noordelijke zorgcoöperatie en Miranda Piek, orthopedagoog van Kinderpraktijk Wortel (NVO). Miranda is lid van Zorgkracht 12.

Grootste uitdagingen in het jeugdveld de komende 5 jaar

Volgens Peter Verschuren ligt de grootste uitdaging in het bieden van de juiste ondersteuning:

“In mijn beleving gebeurt dat nu te vaak niet en wordt te vaak individueel naar het kind gekeken, terwijl er in veel gevallen achterliggende problemen zijn in het gezin die de oorzaak zijn. In Midden-Groningen hebben wij vooral te maken met multi-probleemgezinnen, gezinnen waar veel jeugdhulp in zit voor alle kinderen. Wij halen het kind uit dat gezin, stellen een diagnose en gaan allerlei therapieën en behandelingen toepassen. En er verandert niets in het systeem. We moeten veel meer de juiste ondersteuning gaan bieden. Dat zal in veel gevallen meer gericht zijn op de ouder(s). Het zit hem vaak in een goed huis hebben, armoede oplossen, ouders leren opvoeden en stress wegnemen zodat ze kunnen opvoeden.”

Miranda Piek vult aan: “Als ik terugkijk naar mijn tijd binnen de jeugdbescherming, dan valt op dat het gaat om heel veel multi-probleem gezinnen. Soms wordt jarenlang doorgegaan zonder dat er is gekeken ‘hoe gaan we met zijn allen zorgen dat dit beter wordt’. Dus ik herken dat zeker en ik denk dat daar ook een grote kans ligt om het anders te gaan doen.”

Peter geeft aan dat er ook integraliteit binnen de gemeente moet komen. “Er moet een betere aansluiting zijn tussen de schotten Onderwijs, Jeugd en WMO. De uitdaging is om verder te kijken dan: ik ga kijken wat er met dat kind aan de hand is, de rest is mijn pakkie-an niet”.

Volgens Miranda is het van belang om verder te kijken dan de symptomen. Wat ligt daar onder?

“Het kind is onderdeel van het systeem waarin hij/zij opgroeit. Dus als je gaat sleutelen aan het kind, moet je ook sleutelen aan het systeem. Juist bij gezinnen kijken en daar aan het werk gaan, want daarbinnen moeten ze ook weer samen verder.”

Krachtenbundeling is noodzakelijk om overeind te blijven in het zorglandschap

Andrea Lagro geeft aan dat kleinere aanbieders een rol moeten hebben in gesprekken met de gemeente. “Zij zitten dichtbij de wijken waar de hulp nodig is en kennen het werkveld en het netwerk goed. Alleen is dat niet genoeg. In het grote veld van de jeugdhulp moet je nog beter samenwerken en je verenigen om gesprekspartner van de gemeente te blijven en om invloed te hebben op visie en inkoop van jeugdhulp.”

Peter beaamt dat samenwerken noodzakelijk is. ”Een samenwerking tussen gemeente en aanbieders betekent ook een partnerschap, maar dat gaat niet met 150 verschillende partijen. Het is daarom van belang om goed na te gaan in welke keten er partners nodig zijn. Dit vergt een eerlijke dialoog met de kleine aanbieders en vrijgevestigden om erachter te komen wie ze zijn, wat ze bieden en hoe een partnerschap met hen eruit ziet. Dat gaan gewoonweg niet met zoveel verschillende losse aanbieders.”

Voordelen coöperatieve samenwerking

Andrea begrijpt dat. “Een coöperatieve samenwerking is daarom van toegevoegde waarde en in het belang van de jeugdigen. De kleinschalige/vrijgevestigde aanbieders kunnen op deze manier onderdeel blijven uitmaken van een dekkend zorglandschap waar ‘groot en klein’ complementair is aan elkaar. Je kan op deze manier de krachten van elke speler optimaal benutten, hebt niet de “lasten” van een grote hoeveelheid aanbieders en er is maar 1 aanspreekpunt.”

“Het is goed om je te verenigen zodat je wel (met je expertise) aan tafel komt”, vervolgt Peter. “Onze beleidsmedewerkers zijn hier mee bezig. We willen gesprekken voeren over de huidige situatie, hoe zij de toekomst zien en of ze willen meedenken om de knelpunten te verbeteren. Als iemand namens de coöperatie zegt ‘ik wil er wel eens over meedenken hoe dat beter kan’, graag! Denk dat jullie wel wat te vertellen hebben. De competenties van elk onderdeel maakt dat het een goed geheel gaat worden.”

Zorgkracht 12 heeft heel bewust is gekozen voor een juridische constructie (en dat is een coöperatie), want je moet het met elkaar doen. Op het moment dat je juridisch 1 coöperatie vormt, heeft de gemeente 1 rechtspersoon, dus 1 contractpartner, 1 rekening. “We verdelen de zorgvragen die binnen komen intern door goed te kijken naar welke er waar nodig is. We kunnen multidisciplinair schakelen.”, vertelt Andrea.

“Het is ook al een gouden zet als je ziet wat er gebeurt tussen de leden van de coöperatie”, vult Miranda aan. “Het is zo mooi om te zien hoe gedreven de mensen zijn, ieder op z’n eigen stuk, maar iedereen weet elkaar te vinden en elkaars expertise te benutten. Er wordt onderling veel gesproken en afgestemd.”

Gedrevenheid en loyaliteit

Volgens Andrea brengen kleinschalige aanbieders veel voordelen met zich mee t.o.v. grotere aanbieders:

  • Kleinschalige aanbieders in de coöperatie variëren van basis-ambulant tot specialistisch.
  • De aanbieders sluiten veel meer op elkaar aan en kijken multidisciplinair naar een kind, het gezin en het netwerk waar zij onderdeel van uitmaken.
  • Binnen de coöperatie zijn de maatschappelijk werkers, de orthopedagogen, zorgaanbieders gericht op familiegroepsplannen. We schakelen veel meer het netwerk van ouders in en zetten hen in hun eigen kracht.
  • Een van de kenmerken van kleinschalige is het ‘out of the box denken’ en hierdoor oplossingen kunnen bedenken die domeinoverstijgend zijn en verder kijken dan het kind op zichzelf.
  • Wat ook helpt is een stuk flexibiliteit en geen 9 tot 5 mentaliteit. Als ik zie hoeveel van onze aanbieders ook ‘s avonds gewoon bereikbaar zijn, en in het weekend even met ouders schakelen. Bij de grote aanbieders is dat veel minder aan de orde.
  • Aanbieders kunnen veel meer vanuit het perspectief van het kind meedenken met gezinnen zonder dat je aan protocollen en werkwijze moet houden. Dat is de grote kracht. Daarmee maak je je als gemeente ook niet afhankelijk van de grotere spelers.

Daarnaast brengen kleinschalige aanbieders ook veel gedrevenheid en loyaliteit met zich mee, vertelt Miranda.

“Hoe vaak het niet gebeurt dat ik ’s avonds nog even een appje stuur of nog even contact heb om te horen hoe het gaat. De betrokkenheid richting cliënten is groot. Dit stukje extra zorgt voor verbinding en vertrouwen, wat het resultaat van de hulp ten goede komt. “

Meer weten?

In het afgelopen jaar zijn er een handreikingen gepubliceerd die vrijgevestigde of gemeenten kunnen helpen bij de uitdagingen die het contracteren van (vrijgevestigde) zorgaanbieders met zich mee brengt.