Direct naar inhoud
@Marieke Duijsters

In gesprek met Peter Dijkshoorn over de Beweging van 0

"We willen zoveel mogelijk mensen spreken en uitdagen om anders te kijken naar problematiek"

Volgens de Beweging van 0 is het stellen van doelen en het veranderen van de ‘mindset’ de enige manier om daadwerkelijk verandering teweeg te brengen. Inmiddels is deze beweging in Nederland al een aantal jaren op gang. Voor dit artikel spreken we met Peter Dijkshoorn, landelijk ambassadeur van het Ondersteuningsteam Zorg voor de Jeugd (OZJ) en mede-oprichter van de Beweging van 0.

De Beweging van 0 is een beweging die voortkomt uit hoop. In plaats van te denken dat alles maar op slot zit en er geen uitweg meer is, ziet de Beweging van 0 het als een puzzel die opgelost kan worden. Zij gaan voor grote 0-doelen zoals 0 uithuisplaatsingen of 0 meisjes die overlijden aan een eetstoornis.

Voor veel mensen klinken deze doelen niet realistisch, maar volgens de Beweging van 0 is het stellen van doelen op deze manier en het veranderen van de ‘mindset’ hieromtrent de enige manier om daadwerkelijk verandering teweeg te brengen.

Stel grote doelen

Toen Peter Dijkshoorn in 2018 een bezoek bracht aan een de ‘International Zero Suicïde Summit’ van de Zero Suicide Movement in Roterdam raakte hij enorm geïnspireerd. Behalve dat de ambitie van deze ‘movement’ op zichzelf al aanleiding genoeg was om enthousiast over te worden, viel het hem op dat de participanten zoveel plezier hadden in waar ze mee bezig waren.

Het was erg motiverend om te zien dat liefst 80 mensen van over de hele wereld zich zo enthousiast inzetten voor het gemeenschappelijke doel van deze beweging; het streven naar nul doden door zelfmoord. Peter vroeg zich af hoe het kan dat het zo leuk is om op deze manier met één doel bezig te zijn. En ook of de jeugdhulp - waar sinds de transitie in 2015 vooral gedoe was met grote ambities - niet weer veel leuker zou kunnen worden voor iedereen om in en aan te werken.

“Het is een beweging die voortkomt uit hoop. In plaats van te denken dat alles maar op slot zit en er geen uitweg meer is, is het nu ineens als een puzzel die opgelost kan worden. Bij het denken op deze manier is er een uitweg. Dit zorgt ervoor dat het werken weer leuk wordt” - Peter Dijkshoorn

Met de inzichten van die dag en gesprekken daarover met collega’s is uiteindelijk de Beweging van 0 ontstaan. Inmiddels is de Beweging van 0 in Nederland al een aantal jaren op gang. Voor dit artikel spreken we met Peter Dijkshoorn, landelijk ambassadeur van het Ondersteuningsteam Zorg voor de Jeugd (OZJ) en mede-oprichter van de Beweging van 0.

De Beweging van 0 is van oorsprong een groep jeugdhulpprofessionals die wil werken aan permanente progressie. Ze willen dat de jeugdhulp stapje voor stapje steeds meer gaat bereiken voor kinderen, ouders en samenleving, tegen een steeds rendabeler kosten-baten-verhouding. De Beweging van 0 wil het streefniveau van ‘de 0’ toepassen op de hele samenleving. Steeds meer professionals, organisaties en gemeentelijke regio’s haken inmiddels aan.

0 kinderen die niet optimaal thuis opgroeien

Dijkshoorn: “Wanneer je aan Oncologen in het ziekenhuis vraagt wat hun ultieme streven is, zullen zij ook zeggen dat ze het liefst zien dat er geen kinderen meer aan kanker overlijden. Zij weten dat ze dat zelf niet zomaar voor elkaar kunnen krijgen. Maar misschien dat het een opvolger wél lukt.” Als voorbeeld noemt hij de stappen die gemaakt zijn in de levensverwachting van kinderen met leukemie. “Zo moet het ook in de jeugdzorg” vertelt Peter daadkrachtig. “Het is gewoon heel hard werken met heel veel mensen om daar te komen, maar het kan wél.”

Een zwerm enthousiastelingen

De beweging van 0 bestaat uit een kerngroep van 20 orthopedagogen, kinderpsychiaters en psychologen die allemaal actief met het ‘0 denken’ bezig zijn. Ieder van hen op een eigen manier en met eigen ambities. Ze komen eens in de twee maanden een (zon-)dagdeel bij elkaar om te praten en informatie uit te wisselen over waar ze mee bezig zijn en waar ze tegenaan lopen.

Doordat deze bijeenkomsten heel inspirerend zijn en heel veel enthousiasme opwekken, steken zij ook weer anderen aan in het veld.

“Het is als een soort zwerm van enthousiastelingen die na zo’n bijeenkomst weer uitvliegt om anderen ook enthousiast te maken om zich in te zetten om de jeugdhulpverlening te verbeteren.”

Behalve deze kerngroep, is er ook een ‘Beweging van 0 jong’. Deze groep hulpverleners komt ook geregeld samen en werkt op dezelfde manier als de kerngroep maar bestaat uit mensen van onder de 40 jaar oud.

Gemeenten en de Beweging van 0

“Inmiddels zijn er ook organisaties en gemeenten die zich willen verbinden aan het doel van de Beweging van 0. Mensen zien dat het werkt om grote doelen te stellen. Het gebeurt nu geregeld dat gemeenten uit zichzelf contact met ons opnemen om te vragen of wij willen helpen bij bepaalde vraagstukken. Zo is er nu een gemeente die ernaar wil streven om de eerste gemeente te zijn waar er 0 ouders zijn die hun kind mishandelen en daar geen hulp bij durven te zoeken. Die gemeente wil een klimaat creëren waar 0 ouders in dergelijke situatie bang zijn om hulp te vragen. Ouders moeten onbevangen hulp durven hulp vragen en dat is een hele belangrijke stap.”

Wees er zo vroeg mogelijk bij

Het komt geregeld voor dat bij een kind pas op 15-jarige leeftijd autisme wordt geconstateerd. En dan zijn er vaak al heel lang vervelende bijkomende problemen binnen dat gezin. Kinderen en gezinnen zijn dan vaak moeilijk te helpen, omdat we gewoon niet goed weten hoe dat moet. Peter vraagt zich af hoe we het met z’n allen voor elkaar kunnen krijgen om deze kinderen eerder te vinden.

“Het blijft een uitdaging om een stap verder komen hierin. De jeugdhulp is soms niet zo ambitieus, want het is altijd hard werken en vaak ingewikkeld. Niet iedereen heeft de ruimte en de ambitie om aan verandering te werken. Maar wanneer je een gezin nog eerder kunt helpen, kan het gezin wellicht bij elkaar blijven waardoor de kinderen op een prettige manier kunnen opgroeien naar volwassenheid.

Het loont hierbij altijd om te kijken naar wat de oorzaak is van de problemen bij kinderen of jongeren. Speelt armoede een rol? Of is er trauma van de ouders wat we kunnen behandelen waardoor een kind uiteindelijk in een fijnere omgeving kan opgroeien? Het blijft belangrijk om altijd te zoeken naar hoe het beter kan.

We weten nu dat bijna alle trauma’s goed te behandelen zijn. Kijk een stapje verder dan alleen maar het oplossen van de problematiek en vraag je af wat de oorzaak is waardoor het eigenlijk is ontstaan. Als we dat leren herkennen kunnen we én deze gezinnen beter helpen én andere gezinnen in de toekomst.”

Het kan wél

Peter weet dat het mogelijk is om wél ruimte te maken om de jeugdhulp te veranderen. Hij noemt het voorbeeld van Accare waarbij zij de eerste in Nederland zijn geweest die geen separeerruimte meer inzetten om kinderen te isoleren.

“Wanneer je als doel stelt dat dit bij 0 kinderen mag gebeuren omdat je met z’n allen vindt dat het écht niet meer kan, dan blijkt dat zo’n verandering daadwerkelijk mogelijk is. Het is moeilijk, het is weerbarstig, het vraagt overwinnen van onzekerheden en soms van weerstand van anderen. En het vraagt veel kennis en creativiteit, maar het loont; minister de Jonge heeft zich uiteindelijk hierover uitgesproken en gezegd dat er in Nederland niet meer gesepareerd mag worden. Kijk bijvoorbeeld naar de maanlanding; daarvan dachten we ook dat het niet kon, maar met hard werken en veel motivatie, bleek dat het uiteindelijk wel kon. Het gaat allemaal om een verandering van mindset. En we zien dat de mindset omtrent het separeren in het zorglandschap nu is veranderd en iedereen weet dat het wel kan, iets wat 3 jaar geleden absoluut ondenkbaar was.”

De beweging van 0 breidt zich uit

Peter vertelt dat de mensen die in de jeugdzorgorganisaties werken waar niet meer gesepareerd wordt, daar erg trots op zijn. Het is belangrijk om deze overwinning te delen en te praten met andere hulpverleners hierover. Zo kunnen ook zij zien wat mogelijk is en enthousiast worden om te kijken wat voor grote doelen zij zouden kunnen stellen binnen hun eigen organisatie.

De beweging van 0 is zich nu erg aan het uitbreiden.

“We willen zoveel mogelijk mensen ‘face to face’ spreken en uitdagen om anders te kijken naar problematiek. In Amsterdam zijn we bijvoorbeeld bezig om het voor elkaar te krijgen dat 0 kinderen doorgeplaatst worden en in Groningen is een groep gedragswetenschappers met dit thema bezig. We merken dat mensen het als een soort bevrijding zien om op deze manier naar problematiek te kijken. In plaats van een uitzichtloze situatie, is het nu ineens een soort sport geworden om te denken met een 0-streven.”

Het hoeft allemaal niet gelijk

De Beweging van 0 heeft niet de illusie dat alles in één keer anders zal worden. Het is hard werken en vergt echt een verandering van mindset. Deze verandering is nu gaande, mensen beginnen zelf pro-actief na te denken hoe de jeugdhulpverlening anders kan.

“Laatst belde een kinderrechter ons op om te vragen of we wilden komen praten. Zij had het gevoel dat er teveel kinderen uit huis geplaatst worden en vroeg zich of hoe zij het met haar collega’s kon aanpakken om dat anders te gaan doen. Daar kun je iets mee, daar kun je vrolijk van worden. Zolang je met elkaar de zoektocht aan blijft gaan naar hoe het dan wel kan, dan wordt het leven weer superleuk.

Ook zijn we in gesprek met opleidingen om al bij de opleiding van nieuwe hulpverleners deze manier van denken te inspireren. We hebben de ambitie om van ouders en kinderen te leren zodat we hen in de toekomst nog beter kunnen helpen. We weten dat deze aanpak werkt en willen dit zeker de komende 10 jaar zo gaan doorzetten.” Aldus Peter Dijkshoorn.