Direct naar inhoud

Enschedees model: jeugdhulp in de school

‘Hoe jonger een kind is als je hulp biedt, des te meer effect het heeft’

Amir (9) gedraagt zich agressief in de klas. Thuis heeft zijn alleenstaande moeder moeite om hem bij te sturen. Normaal gesproken zou Amir doorverwezen worden naar de tweede lijn, maar in Enschede wordt hij gewoon op school geholpen. In deze gemeente is altijd een jeugdhulpspecialist aanwezig op zes scholen in het primair en voortgezet onderwijs.

Het Reliëf, school voor speciaal onderwijs, is een van de scholen die meedoet met de driejarige pilot Onderwijs Jeugdhulp Arrangement (OJA) in Enschede. Schooldirecteur Carla Hilbink is blij met de jeugdhulp in school.

Veel leerlingen van onze school hebben extra ondersteuning nodig, bijvoorbeeld vanwege gedragsproblemen. We werken hiervoor nu samen met één aanbieder, Intermetzo. Die hebben we zelf geselecteerd in nauw overleg met ons team en de ouders. Zo is er nu één vertrouwd gezicht binnen onze school waar iedereen terecht kan. Zonder indicatie. En moet er opgeschaald worden naar gezinsondersteuning of behandeling? Dan is dat snel geregeld. Geen wachttijd van maanden meer. We kunnen zo dus met elkaar sneller ingrijpen. Dat is goed, want uit onderzoek blijkt dat hoe jonger een kind is als er hulp komt, des te meer effect het heeft.

Snel en effectief
School is dé plek om zo vroeg, snel en effectief mogelijk hulp te bieden, vindt ook Wilfried van der Woning, teammanager bij Intermetzo. Problemen worden hier vaak al op jonge leeftijd gesignaleerd. Het is handig als een jeugdhulpverlener meteen even kan meekijken in de klas als een leerkracht ergens tegenaan loopt. Voor kinderen, jongeren en ouders is de jeugdhulpverlener bovendien gewoon een vertrouwd gezicht.

Of het nu gaat om psychische problemen, gedragsproblematiek of problematische thuissituaties: een van onze jeugdhulpverleners op school is het eerste aanspreekpunt. Is er sprake van zwaardere problematiek? Dan roept de jeugdhulpverlener er een gedragswetenschapper van Intermetzo bij. Zo wordt voor elk kind ingeschat welke hulp het beste past. Deze hulp vindt zoveel mogelijk plaats op school, waarbij de regie ligt bij onze jeugdhulpverlener. De geboden ondersteuning is - waar het kan - groepsgericht. En individueel, zodra nodig. We kunnen van alles inzetten. Van een groepstraining omgaan met faalangst tot psychomotorische therapie en EMDR. Maar ook hulpverlening aan het hele systeem, door ambulante gezinsbehandeling of systeemtherapie. Zo hopen we te voorkomen dat issues over opvoeden en opgroeien, uitgroeien tot serieuzere problemen.

Minder bureaucratie, meer duidelijkheid
De gemeente Enschede heeft voor de Onderwijs Jeugdhulp Arrangementen (OJA) een totaalbudget van 14,7 miljoen euro beschikbaar gesteld. Dit bedrag wordt verdeeld onder de zorgaanbieders. Hierover zijn duidelijke afspraken gemaakt met wethouder Eelco Eerenberg.

De zorgaanbieders weten precies op welk bedrag zij de komende drie jaar kunnen rekenen. Het is aan hen om de hulpverlening zo kosteneffectief mogelijk in te richten. Dit model geeft de zorgaanbieders zekerheid. En wij als gemeente krijgen meer grip op de uitgaven aan jeugdhulp. Ook scheelt het een hoop bureaucratie en administratieve lasten. Een van de zorgaanbieders zei laatst tegen mij dat dat zo’n verademing was. Maar wat ik nog veel belangrijker vind: de zorg aan kinderen en jongeren wordt er echt beter door. Je haalt expertise de school binnen. Er komt een hechtere samenwerking tussen ouders, school en hulpverlening tot stand. Ook normaliseren we zo opgroei- en opvoedproblemen, want we hebben in Nederland nog te veel de neiging om kinderen snel een stempel te geven.