Direct naar inhoud

Leren van ervaringen; in Twente wordt data gekoppeld aan ervaringsverhalen

'Je hebt de input nodig vanuit de directe zorgomgeving.'

Hoe ervaren gezinnen, hulpverleners en leraren de jeugdhulp? Wat maken zij mee? Waar lopen zij tegenaan? En wat kunnen we daarvan leren? Door ervaringsverhalen te verzamelen en die te koppelen aan warme data ontstaat er in Twente inzicht in de betekenis van zorg. Dat biedt aanknopingspunten om de jeugdhulp door te ontwikkelen

Er gaat veel goed in de jeugdhulp, benadrukt Annabet Jongkind. Zij is projectleider Twentse Transformatie. Maar door beter te luisteren naar kinderen en ouders en de mensen die met jeugd werken te laten vertellen over hun ervaringen, is er nog veel te winnen.

‘Om kinderen, jongeren en gezinnen die dat nodig hebben de juiste hulp te bieden, wil de regio Twente de jeugdhulp beter organiseren. Dat vraagt om anders denken en handelen. Om te experimenteren en van elkaar te leren. Daarom zijn ontwikkeltafels opgezet, een overlegstructuur waarin gemeenten en aanbieders gezamenlijk optrekken. Zelf ben ik projectleider van ontwikkeltafel 1. Het thema is: “in Twente groeien jeugdigen op in hun eigen omgeving”. Met elkaar kijken we hoe we dat beter mogelijk kunnen maken. We draaien pilots en monitoren de resultaten. Uitproberen, meten, bijsturen en doorontwikkelen. We werken daarbij niet alleen met kwantitatieve data, maar ook met vertelde ervaringen en met warme data. Vertelde ervaringen en waarnemingen van cliënten en professionals. Want je hebt de input nodig vanuit de directe zorgomgeving. We zetten daarmee in Twente een beweging in gang om jeugdhulp beter te organiseren en beschikbaar te maken.’

Patronen uit data halen

Sociaal en organisatiepsycholoog Marco Koning begeleidt de regio sinds begin 2020 in het werken met vertelde ervaringen, ook wel narratieven genoemd. Hij werkt bij StoryConnect.

‘Via een online Vertelpunt - een webpagina die functioneert als een app – delen mensen ervaringen over de dagelijkse praktijk. Dit Vertelpunt is speciaal ontwikkeld voor jeugdhulp. Je kunt je ervaring ook simpelweg inspreken. Dat is lekker laagdrempelig. Binnen ontwikkeltafel 1 hebben we inmiddels gekeken naar drie inhoudelijke sporen: op tijd dichterbij, regie en intensief integraal. Per spoor zijn typerende ervaringen en/of patronen geselecteerd. In een werksessie nemen mensen uit het veld deel. De ervaringen en warme data over die ervaringen van zorggevers en zorgontvangers zijn de input voor de werksessie. In de werksessie ontstaat inzicht in de betekenis van zorg en wat het zorgsysteem echt doet. Bijvoorbeeld dat veel mensen niet weten waar ze terecht kunnen voor passende hulp. Of dat het vaak (te) lang duurt voordat de hulp echt op gang komt na de eerste aanmelding. Naast belemmeringen worden ook succesfactoren inzichtelijk. Ook daarvan kunnen we immers leren. Zodat daarna kan worden bedacht: “Als we nu eens dit of dat zouden doen, wat verandert er dan?”. Het effect daarvan kan je zien aan de veranderende dagelijkse praktijken van zorggevers en zorgontvangers in nieuwe vertelde ervaringen.’

Verhalen cijfermatig onderbouwen

Irene Welten, onderzoeker bij Kennispunt Twente, voorziet de regio van vooral kwantitatieve data.

‘Ik ga op jacht naar feiten en cijfers die meer context geven aan de verhalen. Hoeveel jeugdigen in Twente jeugdhulp ontvangen. Wat het percentage echtscheidingen is. Hoeveel kinderen in een bepaalde gemeente gebruikmaken van specialistische ggz. Waar ik die data vandaan haal? Deels uit onze eigen bronnen. Denk aan de Twentse Monitor Sociaal Domein, een monitor die we hebben opgezet in opdracht van de 14 Twentse gemeenten. Maar ik raadpleeg ook rapportages van bijvoorbeeld Veilig Thuis. Of ik check wat het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) erover heeft gepubliceerd. Het resultaat is dat je beter snapt waarom de cijfers en de verhalen zijn zoals ze zijn. Wat goed gaat en wat beter kan. En in welke richting je moet zoeken om tot een effectievere aanpak te komen.’

Ter lering en inspiratie

  1. Over de eigen sector heen

    Veertien Twentse gemeenten (Samen14) werken samen onder de naam OZJT, Organisatie voor Zorg en Jeugdhulp Twente. Het OZJT heeft de krachten gebundeld met twaalf lokale aanbieders van jeugdhulp, de gecertificeerde instellingen en een aantal samenwerkingsverbanden op het gebied van onderwijs. Via zogenaamde ontwikkeltafels denken betrokkenen na over jeugdhulpthema’s en komen zij met verbeterplannen. Deze zijn grotendeels gebaseerd op de verhalen van mensen voor wie jeugdhulp bedoeld is.

  2. Leidende principes

    * De mensen om wie het gaat delen hun verhalen en ervaringen. Hun perspectief staat centraal. Het gaat erom wat zij graag willen delen. En niet per se wat gemeenten of aanbieders van tevoren bedacht hebben te willen weten. * Ervaringen worden breed verzameld. Waar in het begin deelnemers aan de ontwikkeltafel de vraag uitzetten in hun eigen netwerk, liggen er nu plannen om dit gestructureerd aan te pakken. Het volgende thema is echtscheiding. Daarom zoekt de regio niet alleen contact met cliënten en hulpverleners, maar ook via “het Twents Platform Scheiding en Omgang” met kinderrechters, advocaten, mediators én hun klanten. * De ontwikkeltafel combineert kwalitatief onderzoek met kwantitatief onderzoek waardoor een goed gefundeerd beeld ontstaat. * De groep professionals die met de bevindingen aan de slag gaan, is met zorg samengesteld. Er vormt zich een stevig netwerk. Professionals weten elkaar te vinden – ook op casusniveau. Dit vormt het begin van meer samenwerking in de regio. * Op basis van de uitkomsten van het onderzoek bedenken mensen uit het veld verbeteringen. Waarbij de nadruk ligt op kleine, concrete, haalbare actiepunten. Die worden teruggekoppeld aan de referenten. Na uitvoering worden deze opnieuw geëvalueerd via hun verhalen, aangevuld met cijfers. Een cyclisch proces (StoryCycle) om jeugdhulp steeds verder te verbeteren.

  3. Organisatie een aansturing

    Het OZJT is de motor achter de ontwikkeltafels. Pilots die uit de ontwikkeltafels voortkomen, worden bekostigd via middelen uit het Transformatiefonds (onderdeel van Actieprogramma Zorg voor Jeugd). Net als de evaluatie daarvan via kwalitatief en kwantitatief onderzoek. In 2018, 2019 en 2020 is er jaarlijks een bedrag van ruim 1,35 miljoen euro beschikbaar. Doel: samen een innoverende beweging in de regionale jeugdzorg creëren.

  4. Aandachtspunten

    Vanwege corona verliepen de werksessies via Teams in combinatie met Mural, een digitale werkomgeving voor visuele samenwerking. Een goede tijdelijke oplossing, maar de voorkeur gaat toch uit naar offline ontmoetingen. Voor het opbouwen van een netwerk, voor de energie in het project.

Vragen of meer informatie?

Regio Twente, Annabet Jongkind

a.jongkind@regiotwente.nl