Direct naar inhoud

Op het podium: Gieke Buur en Noa van Hagen

"De Schoenveterclub is een succes als we niet meer hoeven te bestaan."

Tijdens het opnemen van de Podcast Transformers ontstaat bij Noa van Hagen en Gieke Buur het idee van De Schoenveterclub. “Dat moet er komen, dat is echt een goed idee”. Maar hoe maak je van een goed idee ook daadwerkelijk iets dat werkt? Daar is lef voor nodig.

Wat lag er aan de oorsprong van het initiatief?

De oorsprong van De Schoenveterclub gaat verder terug dan de podcast waarin het idee echt werd uitgesproken.

Noa, ging op haar 16e uit huis en kampte met verslaving. Toen ze in haar laatste instelling zat, wilde ze de deskundige die haar heel erg had geholpen, bedanken. Noa: ‘Maar wat geef je iemand als je niets hebt?’ Een geleende schoenveter bood uitkomst, Noa maakte er een kunstwerkje van en gaf dat als blijk van waardering.

Inmiddels heeft Gieke Buur, die in contact met Noa kwam in haar rol van landelijk ambassadeur Oppakken en leren van complexe casuïstiek voor het Ondersteuningsteam Zorg voor de Jeugd, ook haar schoenveter van Noa ontvangen. Een schoenveter ontvang je als hulpverlener niet zomaar; je moet humor hebben, oprecht zijn, over natuurlijk overwicht beschikken, je kwetsbaar op durven stellen, interesse tonen en beschikbaar zijn.

En daar wringt vaak de schoen, want je kwetsbaar op durven stellen en beschikbaar zijn, zijn geen dingen die je als hulpverlener leert tijdens je opleiding. En dat is een groot gemis volgens Noa en Gieke. Daar gaat De Schoenveterclub verandering in brengen.

Noa: “Ons doel is goede hulpverleners opleiden of omscholen. En dan goed, vanuit het oogpunt van de jongeren.”

Hoe een hulpverlener handelt; vanuit kennis en protocol, is niet altijd helpend. Dat geldt voor jonge hulpverleners, maar zeker ook voor ervaren hulpverleners die dingen al heel lang op dezelfde manier doen en niet meer bij kunnen draaien. En daar willen Gieke en Noa iets aan doen.

Gieke: “Ik ben opgeleid om hulp te verlenen met de kennis die ik heb, maar kennis heeft geen waarde als je geen verbinding maakt. Oprecht zijn, jezelf zijn en een gelijkwaardig contact, vraagt om kwetsbaarheid. Ik heb daar zelf ook voor moeten groeien.“

Noa vult aan: “Een goede hulpverlener moet een stapje extra kunnen zetten en me het gevoel geven dat iemand er voor me is. Een klein gebaar gaat ver en geeft me het gevoel dat ik meer ben dan alleen een nummer. Ik wil geen boekje tegenover me, maar een mens.”

Het wordt tijd dat we dit gesprek gaan voeren

Gieke: “Contact maken als hulpverlener is hartstikke eng; ik heb dat echt moeten leren. Vroeger was ik echt een wandelend woordenboek. Ik had zoveel kennis. En als ik nu terugkijk denk ik: Oh Gieke, uitspraken doen als: ‘Uw zoon heeft autisme en het gaat nooit meer over.’ Ik was er zo op gespitst om de kennis goed over te brengen dat ik helemaal geen oog meer had voor het effect van mijn woorden en voor daadwerkelijk aandacht hebben.

We zijn zo getraind in self-disclosure; als professional mocht je niets persoonlijks meenemen in het contact. Dat is echt doorgeslagen. Toen ik zwanger was en mensen vroegen me: Wordt het een jongetje of een meisje, was ik opgeleid om daar geen antwoord op te geven.

Je komt als jonkie in de organisatie dus je gaat af op wat anderen je leren. Het wordt daarom echt tijd dat we dit gesprek gaan voeren. Dat je best persoonlijke informatie mag delen. En ik ben daarin niet naïef, ik snap heel goed dat dat om verschillende redenen soms niet kan, maar het kan wel veel meer dan dat we het nu doen.

Om die draai zelf te maken, moest ik ouder worden. Ik heb ook een tijdje wat afstand genomen van de zorg. Ik kon zo’n stress hebben van hulpverlener-zijn en wat ik allemaal fout kon doen en dat zegt natuurlijk ook alles over mijn eigen onzekerheden.

Ik heb eerst inzicht moeten krijgen in het effect van mijn eigen onzekerheden op de hulp die ik verleende. Om er als mens te kunnen zitten in plaats van een rol die je speelt. Als je bijvoorbeeld uitspreekt dat je bang bent om iets fout te doen, heb je een ander gesprek, heb je contact en kun je samen verder. Dat leren we echt te weinig.”

A picture

Feedback van kinderen, ouders en jongeren

“We zijn opgeleid met de gedachte dat je iemand tegenover je hebt die een hulpvraag heeft en als je geen hulpvraag hebt, dan doen we niets. Maar denk je nou werkelijk dat een kind meteen een hulpvraag heeft? Maak eerst even contact en dan kun je daarna een keer het gesprek aangaan over: Hoe kan ik je helpen? Zo ging het met Noa ook.

In de opleidingsstructuur zou het al anders moeten. Natuurlijk is er aandacht voor houding en gedrag en communicatie, je hebt leertherapie, maar ik ben daar heel rationeel doorheen gevlogen. Je moet op één of andere manier feedback krijgen, en daarom is De Schoenveterclub zo goed. Je moet feedback krijgen van kinderen en jongeren. Je moet durven vragen: Vind je dat ik het goed doe? Dat is een kwetsbare vraag om te stellen, maar als je ‘m niet stelt, krijg je ook geen antwoord.

Hoe ga je jezelf trainen om feedback te vragen? Om aan iemand in de kamer te vragen: Joh, helpt het nou een beetje, wat ik doe? Dat is een mooie eerste stap om aan jonge hulpverleners mee te geven in hun rugzak aan kennis.”

Noa: “We hebben zelf ook aan gedragswetenschappers en hulpverleners gevraagd of ze die vraag wilden stellen in het gesprek met een jongere en daar kwamen heel veel reacties op. Het was opvallend om te zien dat ze heel trots zijn als ze van jongeren horen dat ze het goed doen.”

Gieke: “Hoe vaak vraag je dat nou aan een jongere? Terwijl het antwoord van waarde is voor allebei. Misschien is het onwennig om zo’n vraag te stellen als Vind je me aardig? Maar als iemand zich zo kwetsbaar opstelt, zeg je ook minder snel ‘Nee’.”

Noa: “Ik zou me wel vrij voelen om die vraag eerlijk te beantwoorden.”

Gieke: “Het is wel te toon die de muziek maakt. Ik denk dat dat wel een belangrijk punt is. Als je de vraag vanuit jezelf stelt, is het echt anders. Ik heb een keer heel slechte feedback gekregen, omdat ik te snel en te rationeel gehandeld had. Die persoon heeft me toen die feedback gegeven met heel veel mensen in de cc. Het is nu 15 jaar geleden en ik weet het nog steeds. Maar ze had wel gelijk.

Je bent als professional niet gewend om feedback te krijgen. Wel op je verslaglegging, je diagnosestelling en je behandelplan, maar niet op hoe jij bent in je werk. Er is veel supervisie en intervisie, maar dit is anders. Het kind dat ik behandel, wil ik verder helpen dus die moet ook vertrouwen hebben. Ik moet me daarin opstellen als gelijkwaardige. Zijn we goed op weg samen? En dat hoeft niet met een vragenlijstje, maar gewoon binnen een gesprek.”

Niet: Hoe gaat het? Maar: Hoe vind je dat ik het doe?

Wat had jullie nodig om tot dit initiatief te komen?

Wat nodig was om De Schoenveterclub groter te maken, is lef en de overtuiging dat dit belangrijk is en dat we de jeugdhulpverlening beter konden maken. Dat is nog heel veel weg. Nu richten we ons op het oprichten van de academie om zoveel mogelijk hulpverleners kennis mee te geven en te verbinden vanuit contact.

Gieke: “Er is lef en enthousiasme, maar je hebt ook wel leiderschap en trekkracht nodig om iets te bereiken. Want alleen een mooi idee leidt niet tot verandering. Je moet het doen en blijven doen.

Je gaat vijf keer vallen en er komt kritiek, maar er zijn ook enthousiaste mensen en die moet je opzoeken. Het is niet makkelijk en er is geen snelle oplossing. Als je ergens in gelooft, zoek medestrijders en ga aan de slag.”

Noa: “Je moet inderdaad de juiste mensen om je heen verzamelen. Mensen die je kunnen helpen en die in je geloven. Ik had het in mijn eentje niet zo kunnen doen. Ik had wel een idee, maar ik kon nog niet overzien dat er een stichting moest komen. Daarin hebben we elkaar geholpen. Iedereen heeft zijn talenten en die moet je combineren.”

Gieke: “De Schoenveterclub gaat niet alleen over een professional en een jongere. Het gaat ook over een bestuurder en ook over een manager en ook over een minister. Het gaat echt over het menselijker maken van de zorg. En daar hebben we allemaal een rol in. De professionals moeten ook de ruimte krijgen om dit te kunnen doen.

Het zou zo mooi zijn als ieder kind dat in de jeugdzorg terecht komt, een schoenveter krijgt om een professional waar ‘ie blij mee is te geven of dat er een soort schoenvetercertificaat zou zijn voor organisaties.”

Noa: “Inderdaad, maar De Schoenveterclub is pas een succes als we niet meer hoeven te bestaan.”

Meer weten over De Schoenveterclub

Naar de website
A picture

Of mail Noa van Hagen via noa@deschoenveterclub.nl