Direct naar inhoud

Regionale jeugdzorg in de praktijk, deel 1: Jeugdzorgregio IJsselland

'We hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid.’

Het wetsvoorstel ‘Wet verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen’ stelt voor om gemeenten te verplichten specialistische zorg op regionaal niveau in te kopen. Dat doen zij op basis van een zogenoemde regiovisie. Voor bepaalde zorgvormen is het ook nodig bovenregionaal samen te werken. Maar hoe gaat dat in de praktijk? In dit eerste deel van ons drieluik aandacht voor de jeugdzorgregio IJsselland.

Met het wetsvoorstel wil het kabinet de zorg voor kinderen en jongeren met complexe problemen en specialistische- en levensbrede vraagstukken beter beschikbaar te maken.

Diana Hofsteenge-Jans is sinds januari 2018 regiomanager en bestuurssecretaris van het Regionaal Serviceteam Jeugd (RSJ) IJsselland. Dat is de organisatie die namens elf gemeenten in de regio IJsselland de inkoop van jeugdzorgtrajecten en jeugdzorgproducten aanbesteedt en begeleidt.

'We zijn met elkaar een gemeenschappelijke regeling aangegaan, die je kunt zien als een soort huwelijkscontract, waarbij je vanuit een gezamenlijke basis beloften doet voor een gezamenlijk doel en afspraken maakt. Wanneer het daarin schuurt - wat natuurlijk voorkomt en wat ook goed en gezond is, omdat kritisch kijken naar de bedoeling ons allen scherp houdt – val je ook weer terug op die gezamenlijke basis. Denk bijvoorbeeld aan het leveren van crisishulp, waarbij je snel en goed op de situatie moet kunnen inspringen en een kind in de eigen omgeving en context moet kunnen helpen. Het RSJ IJsselland heeft een inhoudelijke en verbindende rol in het coördineren van deze regionale samenwerking.’

Handvatten regionale samenwerking

Hofsteenge-Jans is ook betrokken bij de regiovisie die nu in concept klaar is. ‘Onze regiovisie is een levend document dat zo is ontwikkeld, dat er ook nog ruimte is om van en met elkaar in samenwerking te leren. Uitgangspunt is om samen met elkaar in het belang van het kind te zorgen voor een goede uitvoer van de jeugdzorg. Die visie geeft handvatten om regionaal meer en vooral beter samen te werken.

We werken nu aan een regionaal inkoopbeleid en een centrale inkoopstrategie voor alle aanbieders. Daarom is het ook zo belangrijk dat je aanbieders betrekt bij de regionale visieontwikkeling, centrale inkoop en transformatie. Dat doen we via interviews, klankbordgroepen en telefonische overleggen.

Op het moment dat je in deze samenleving het hart op de goede plek hebt en weet waarom je het doet, vind je elkaar en kun je makkelijker met elkaar praten om het zorglandschap te verbeteren. Als je dat voor ogen houdt, vallen andere dingen weg.’

Partnership is het sleutelwoord

Volgens bestuurder Ruud Brinkman van Jeugdbescherming Overijssel is het woord “partnership” het sleutelwoord voor het slagen van de regionale samenwerking.

‘Er zijn grote problemen in de jeugdzorgsector, ook in IJsselland. Er is sprake van financiële tekorten op de jeugdzorgportefeuille bij zorgaanbieders en bij gemeenten. Dat zet de hele samenwerking continu onder druk. Het is ontzettend belangrijk om vertrouwen terug te krijgen als kosten worden overschreden, of als er te veel kinderen op de wachtlijst komen. Nu worden we daardoor nog te veel verrast. De uitstroom van kinderen uit de specialistische zorg naar reguliere voorzieningen slibt dicht. De oplossing daarvoor is niet alleen in de specialistische zorg, maar in de hele keten te vinden. Wij zitten daartussenin, als gecertificeerde instelling die verwijst en afhankelijk is van beschikbare en passende zorg.’

Volgens Brinkman zorgt de regiovisie daarbij voor meer verbinding met zorgpartijen en duurzame contracten. ‘Als je doel is dat geen enkel kind meer uit huis geplaatst wordt of alle kinderen naar school moeten kunnen gaan, moet je dat doen met slagkracht en zorgpartijen die in de regio wat kunnen bewerkstelligen.

Partnership zegt ook iets over gelijkwaardigheid en ieders verantwoordelijkheid: je mag van elkaar iets verwachten. Zo moet je contractueel iets voor kleine of nieuwe zorgpartijen bedenken. Als vandaag iemand met een nieuw initiatief begint, moet je daarvoor wel ruimte bieden.

Maar de huidige problematiek (toenemende druk in de jeugdzorg en wachtlijsten bij vooral gespecialiseerde zorgaanbieders) krijg je niet met kleinschalige voorzieningen opgelost. Daarom is het belangrijk dat we een duidelijk beeld creëren van wat lokaal kan en regionaal moet, kan en wenselijk is. Nu schuift het nog te veel door elkaar.’

Lokale kleur

Brinkman begrijpt goed dat gemeente en inwoners ook een lokale kleur aan de invulling van jeugdzorg willen geven. ‘Dat kan prima, ook als je de zorg regionaal inkoopt. Zo opereren wij regionaal, maar doen wij dat waar dat kan lokaal. Hierdoor creëren we met elkaar een wereld die aandacht heeft voor regionale beschikbaarheid, en tegelijkertijd aansluit bij de behoefte, cultuur, beschikbaarheid en werkbaarheid van een lokale gemeente. Waarschijnlijk is 80 procent van de zorg basis en 20 procent maatwerk. Er zijn veel zorgaanbieders voorhanden die dat samen kunnen regelen’, aldus Brinkman.

Ook in de bovenregionale zorg is het volgens hem belangrijk te weten waarover het precies gaat.

‘Hebben we een goed beeld van de aantallen jongeren waarom het gaat? Gaat het over de behandeling van kinderen met eetproblematiek, over forensische zorg, over een specialistische orthopedagogische of psychiatrische behandeling? Je kunt de behandeling nooit los zien van de woonsituatie van het kind en de lokale en regionale context en werkwijze. Een kind dat extra zorg nodig heeft en dat die zorg buiten de regio krijgt, komt uiteindelijk weer terug in de eigen regio. Ik ben wel van mening dat je als regio IJsselland en als provincie Overijssel nooit alles kan aanbieden, maar samen met regionale zorgaanbieders kan je wel een heel eind komen. Bovenregionale zorg moet geen instituut op zich zijn, maar moet vooral verbonden zijn met de regio.’

Aansluiten op netwerk

Volgens wethouder Michiel van Willigen (ChristenUnie) van Jeugd, onderwijs en gezondheid in Zwolle biedt ‘regionaal samenwerken voordelen in die zin dat aanbieders logischerwijs regionaal zijn georiënteerd’.

Van Willigen: ‘Het is dus de kunst dat je daarop aansluit, zodat je een netwerk krijgt van aanbieders. Uitgangspunt is om de zorg zo dicht mogelijk regionaal bij het kind te organiseren, en dat kan soms ook lokaal en zelfs per wijk verschillen. Je moet dus maatwerk mogelijk maken. Er is een aanbieder die lokaal kan inkopen en kleine spelers kan helpen, maar er ligt op dit vlak ook een grote verantwoordelijkheid bij de gemeenten zelf. Zij moeten ervoor zorgen dat geen enkel kind buiten beeld raakt. Zo hebben we tijdens de eerste coronagolf meteen samen met het onderwijs ervoor gezorgd dat het thuisonderwijs aan alle kinderen gegeven kon worden en geen enkel kind daarbij van de radar verdween. We hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid.’

Rol gemeenten

Van Willigen: ‘Ik ben voorstander van een sterke verbinding van bovenregionale partijen met het lokale veld. En als er bovenregionale vraagstukken spelen waarin bovenregionale partijen worden betrokken, is coördinatie vanuit de gemeenten die daarover gaan uiterst belangrijk.’

Ook ziet hij een rol voor het Rijk weggelegd.

‘Ik vind het als wethouder bijvoorbeeld ontzettend lastig dat er drie verschillende ministeries over de jeugdzorg gaan, waaronder OCW en VWS. Passend onderwijs en jeugdzorg zouden dezelfde visie moeten hebben, maar in de praktijk is dat niet zo. De twee zijn gesplitst en soms wordt er zelfs tegengewerkt, als jongeren zowel vanuit passend onderwijs als vanuit jeugdzorg hulp moeten krijgen. De transformatie van de jeugdzorg is ook niet binnen één kabinetsperiode opgelost. Wat mij betreft zou er een ministerie voor Jeugd moeten komen of een Deltacommissaris Jeugd die de langere termijn voor ogen houdt, zowel de langetermijnvisie als het financiële plaatje.’

Dalfsen, Deventer, Hardenberg, Kampen, Olst-Wijhe, Ommen, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Zwolle zijn met de oprichting erin geslaagd om inkoop, contractmanagement, financiële administratie, monitoring en uitvoering van inhoudelijk regionale thema’s onder één dak te brengen.

Iedere gemeente is en blijft verantwoordelijk voor de uitvoering van de Jeugdwet. Het zijn vooral de gespecialiseerde vormen van jeugdhulp die in regionaal verband worden opgepakt. Net als de inkoop van de gespecialiseerde jeugdhulp, de contractering van de jeugdhulpaanbieders en de financiële afhandeling.

Specialistische jeugdhulp regionaal inkopen en bovenregionaal samenwerken

Met het wetsvoorstel 'Verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen' wil het kabinet onder andere bereiken dat specialistische zorg voor jeugdigen beter beschikbaar is. Daartoe wil het kabinet gemeenten in een regio verplichten om bepaalde, meer gespecialiseerde vormen van zorg voor jeugdigen gezamenlijk in te kopen. Daarnaast zal voor bepaalde vormen ook bovenregionaal moeten worden samengewerkt. Aan deze vormen van samenwerking moet een regiovisie ten grondslag liggen.

De regionale inkoop en de bovenregionale samenwerking moeten, als het aan het kabinet ligt, in ieder geval voor de jeugdbescherming en de jeugdreclassering gaan gelden. Daarnaast gaat dit gelden voor nog te bepalen vormen van jeugdhulp. Doel van de nieuwe samenwerkingsverplichtingen is om de continuïteit van gespecialiseerde zorg voor jeugdigen te bevorderen.