Direct naar inhoud
@Marieke Duijsters

Regionale jeugdzorg in de praktijk, deel 2: Jeugdzorgregio Holland Rijnland

‘Samenwerken is altijd ten gunste van het kind'

Geldgebrek, wachtlijsten, personeelstekorten. De jeugdzorg staat onder grote druk en de coronapandemie lijkt de problemen te vergroten. In dit tweede deel van ons drieluik aandacht voor de praktijk in Holland Rijnland, een samenwerkingsverband van 13 gemeenten.

Waar lopen zorgaanbieders tegenaan? En wat vinden zij van het wetsvoorstel ‘Wet verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen’ om gemeenten te verplichten specialistische jeugdzorg op regionaal niveau in te kopen?

Kim Verburg is directeur Zorginkoop, innovatie en samenwerking bij Prodeba. Een organisatie voor gespecialiseerde zorg aan kinderen en jongvolwassenen met een ontwikkelstoornis, psychiatrie en bijkomende problematiek.

‘Wij werken in de regio Holland Rijnland veel met GGZ Rivierduinen samen. Holland Rijnland is blij met die samenwerking. Rivierduinen doet de screening, bekijkt of er acute zorg, crisis of hoog specialistische zorg nodig is, en pakt deze zorg op. ‘Als dit niet het geval is, zorgen wij voor specialistisch diagnostisch onderzoek of behandeling.’

Verschillende contracten

Verburg heeft nu met heel veel verschillende contracten met lokale gemeenten te maken.

‘Er is nu een team met verschillende mensen uit diverse disciplines in touw om alle contracten te regelen voor zo’n 60 verschillende gemeenten waarmee wij werken en de negen verschillende financieringsvormen. We zijn continu bezig met regels in plaats van te praten over doorontwikkeling en innovatie. Bij meer regionale inkoop valt op dat soort zaken winst te behalen. Dan kunnen we ook twee klasgenoten met eenzelfde zorgvraag op een basisschool voor speciaal onderwijs, die in verschillende gemeenten wonen, op dezelfde manier behandelen.’

Verburg: ‘De opdracht die nu in het veld ligt, is integraal werken en normaliseren. Opschalen wanneer nodig, afschalen wanneer dat kan. Elke gemeente ziet bijvoorbeeld begeleiding anders. De een vindt dat specialistisch, de ander wil dat zo veel mogelijk lokaal.

Als je een deel van de integrale teams lokaal moet inkopen en een deel (boven)regionaal, dan wordt integraal werken en snel schakelen wel erg lastig. Zeker als overal andere regels, verwijzingen en budgetten voor nodig zijn. De lokale toegang verschilt ook van verwijzer tot de partij die zelf onderdelen regelt.

Mijn wens is dan ook: maak het zo simpel mogelijk. Zorg voor zo min mogelijk verschillende budgetten en contracten, gelijke voorwaarden en tarieven over alle regio’s heen en zo eenvoudig mogelijke procedures.’

Terug naar regionale indeling

Ook directeur Algemene Zaken Gertia Koek van GGZ Rivierduinen is voorstander van grotere regionale gebieden. ‘Ooit waren er 42 regio’s in Nederland en dat was nog veel te veel, maar nu zou ik bijna wensen dat we teruggaan naar die regionale indeling’, vindt Koek. Ze ziet dan ook voordelen in het wetsvoorstel.

‘Naast het feit dat elke gemeente eigen wensen, eisen en voorwaarden heeft over zorg verlenen, waardoor de administratieve lasten enorm zijn toegenomen, is het vooral voor de kinderen en jongeren onwenselijk dat de zorg steeds meer versnipperd raakt. In elk gebied worden andere zorgaanbieders gecontracteerd. Dat werkt vertragend op het tijdig geven van passende hulp. Als in een bepaald gebied een andere zorgaanbieder is gecontracteerd, krijgen we met schotten te maken waar we niet tussenkomen. De gemeente waar de jeugdige woont, betaalt de zorg. (Hoog)specialistische aanbieders hebben een (boven)regionale functie. Dus als een kind nu verhuist naar een plek waar de gemeente geen contract heeft afgesloten, moet de behandeling worden gestaakt.’

Daarnaast pleit Koek voor een mensgerichter systeem. ‘Du moment’ dat de lockdown inging, kregen we van gemeenten mails over hun manier van controle in coronatijd en niet van: ‘hoe vervelend’ en ‘wat naar’ en ‘hoe gaan jullie dit oplossen?’

Ik snap heel goed dat elke gemeente een budgetprobleem heeft, maar het is jammer dat het contact gericht is op controle en beheersbaarheid. Het ideale plaatje zou zijn dat de samenwerking met de gemeente gebaseerd is op wederkerigheid, vertrouwen en meer mensgericht in plaats van een financieel systeem.’

Ideale plaatje Jeugdzorg Nederland

Olaf Prinsen is sinds april 2020 directeur van de brancheorganisatie Jeugdzorg Nederland.

‘Voor mij is het ideale plaatje dat we weten wat er lokaal nodig is en wat er (boven)regionaal moet gebeuren. Dat betekent ook dat er een stabiel aantal regio’s is waarin gemeenten voor langere tijd met elkaar samenwerken bij de inkoop van specialistische jeugdzorg. En dat weinig voorkomend (hoog)specialistisch bovenregionaal geregeld wordt. Er gaat nu veel tijd en energie zitten in het circus van aanbestedingen, ook nog eens in steeds wisselende regio’s: dat zou je niet moeten willen. Het ideale plaatje is dat er in zo’n regio ook regionaal samengewerkt wordt en contracten en toezicht gelijk zijn. Als je de gemeente ziet als een plek waar verschil mag zijn in de keuzes die worden gemaakt bij lichtere zorgvormen en de regio als een plek waar specialistische zorg wordt ingekocht, is er geen debat over inhoud, maar over het doel dat je wilt bereiken. De kern: schoenmaker, houd je bij je leest. Besef wat je wilt bereiken, waarvoor je aan de lat staat. Gemeenten moeten niet vertellen hoe de zorg wordt verleend, wel wat ze willen bereiken. Zorgaanbieders moeten dat wat gemeenten willen bereiken, aanbieden.’

Rol gemeenteraad

Volgens Prinsen is het overigens de vraag of het debat over de inzet en uitgaven over de zwaardere vormen van jeugdhulp wel in de gemeenteraad moet worden gevoerd. ‘Dat is zo specialistisch dat een gemeenteraad niet over dit soort uitvoeringszaken zou moeten praten.

Er moeten kaders komen voor zorg waar je niet aankomt en geen debat over zou moeten voeren. Net als bij de afvalstoffenheffing, een afvaldossier dat 115 jaar geleden uit het oogpunt van de volksgezondheid bij gemeente is belegd. Daarbij is gezegd dat de begroting nergens anders voor uitgegeven mag worden en gemeenten sowieso elke week het afval moeten ophalen. Ze mogen meer doen, maar niet minder.’

‘We zijn een heel stuk verder als we zo een minimum ook vastleggen in de jeugdzorg. Dat betekent ook dat we marktwerking, in elk geval voor de specialistische jeugdzorg moeten loslaten. Er is nauwelijks concurrentie in de zware jeugdzorg en het is de vraag of die er ooit zal komen.’

Totaalplaatje ontbreekt

‘Als je de jeugdhulpvraag aan de voorkant van betere cijfers kan voorzien, kun je ook beter de zorgbehoefte in kaart brengen en kun je beter inschatten je wat er op de langere termijn aan (hoog specialistische) zorg nodig is.’

Dat zegt Karel Schuurman, sinds twee jaar interim directeur van de Jeugdautoriteit (JA). De JA wil problemen met de continuïteit van jeugdhulp helpen voorkomen en bijdragen aan een professionele ontwikkeling van het jeugdhulpstelsel. Op 1 juli is in dit kader het convenant over continuïteit ondertekend

‘Als gemeenten meer zicht hebben op de cijfers, krijgen ze ook een beter totaalbeeld van de ontwikkelingen die zich in de regio op het gebied van de jeugdzorg afspelen. Dan weten ze hoe groot de zorgvraag is, om hoeveel kinderen het gaat, wie er al in het hulptraject zitten en wat voor hulp ze krijgen. Misschien hebben aanbieders beter zicht op die cijfers dan gemeenten. Het zou dan helpen als aanbieders zelf deze cijfers beschikbaar stellen. In alle regio’s komt hoogspecialistische zorg onder druk te staan. Ik constateer dat er een zekere spanning ligt bij de uitvoering. Aan de ene kant hebben gemeenten de plicht om de zorg voor een individueel kind te regelen. Aan de andere kant is er het aanbod van de vrije markt en moeten partijen met hun aanbod geld verdienen. Vaak komt hierdoor hoogspecialistische hulp in de problemen, omdat aanbieders die vanwege de hoge kosten niet aanbieden en dat kan heel erg schuren met de plicht om bepaalde zorg wel te leveren.’

Schuurman: ‘Het is ontzettend zorgelijk en volgens mij op lange termijn ook schadelijk jammer als juist deze hoogspecialistische zorgvorm, waarvan we zeggen dat die kern van de jeugdhulp vormt, niet wordt verleend. Door collectieve afspraken te maken, kun je ervoor zorgen om specialistische jeugdzorg in de lucht te houden en ben je daarvoor niet te afhankelijk van lokale keuzes.’

Meer informatie

  1. Over de regio

    De regionale organisatie Holland-Rijnland stimuleert en faciliteert de samenwerking tussen dertien gemeenten in de gelijknamige regio. De samenwerkende gemeenten zijn Alphen aan den Rijn, Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten en Zoeterwoude. De inkoop voor jeugdhulp is daar nu belegd.

  2. Specialistische jeugdhulp regionaal inkopen en bovenregionaal samenwerken

    Met het wetsvoorstel 'Wet verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen' wil het kabinet onder andere bereiken dat specialistische zorg voor jeugdigen beter beschikbaar is. Daartoe wil het kabinet gemeenten in een regio verplichten om bepaalde, meer gespecialiseerde vormen van zorg voor jeugdigen gezamenlijk in te kopen. Daarnaast zal voor bepaalde vormen ook bovenregionaal moeten worden samengewerkt. Aan deze vormen van samenwerking moet een regiovisie ten grondslag liggen. De regionale inkoop en de bovenregionale samenwerking moeten, als het aan het kabinet ligt, in ieder geval voor de jeugdbescherming en de jeugdreclassering gaan gelden. Daarnaast gaat dit gelden voor nog te bepalen vormen van jeugdhulp. Doel van de nieuwe samenwerkingsverplichtingen is om de continuïteit van gespecialiseerde zorg voor jeugdigen te bevorderen.