Direct naar inhoud

Regionale jeugdzorg in de praktijk, deel 3: West-Brabant-Oost

'Tussen willen en kunnen is er soms nog een wereld van verschil'

Toen een grote jeugdhulpverlener in ernstige financiële problemen kwam, én de Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO) in het leven werd geroepen, was het tijd om de regiovisie door te ontwikkelen en stappen te zetten in de transformatie. Wethouders Marianne de Bie (Breda) en Jürgen Vissers (Drimmelen) vertellen hoe ze dit als grote en kleine gemeente met onderlinge verschillen hebben aangevlogen.

De eerste jaren leek de afgekondigde jeugdzorgtransformatie in de regio West-Brabant-Oost meer op ‘een transitie dan een transformatie’. De focus lag destijds vooral op de borging van de zorgcontinuïteit voor alle kinderen. Ook positioneerden de gemeenten zich in het begin vooral als opdrachtgever naar aanbieders toe in plaats van dat ze de samenwerking als partnerschap zagen.

Aanleiding

In de NvO hebben de gemeenten afgesproken om samen met de aanbieders binnen hun jeugdregio een regiovisie op te stellen. Op deze manier kan er kwalitatieve, toekomstbestendige hulpverlening worden geboden die op de behoefte van jeugdigen en hun familie aansluit én betaalbaar is.

Marianne de Bie en Jürgen Vissers zitten voor de jeugdregio West-Brabant-Oost rond de tafel. Marianne als wethouder Jeugd, Onderwijs en Cultuur van de grootste gemeente, Breda, en Jürgen als wethouder Jeugd, Onderwijs en Gezondheid bij de gemeente Drimmelen.

Geen van beiden bekleedde die functie toen in 2015 de transitie plaatsvond. ‘Maar ik kan wel die film terug afdraaien’, zegt Marianne.

‘De gemeenten waren vooral gefocust op de continuïteit van de zorg. Hoe we deze konden borgen vanuit een andere portemonnee. Je kon meer spreken van een transitie dan een transformatie.’

Gezamenlijke inkoop

De zoektocht naar wat de gemeenten ‘samen konden doen’ en wat ‘van ieder an sich’ is, resulteerde in een gezamenlijke inkoop. De zorgtoegang werd per gemeente georganiseerd. Jürgen legt uit:

‘Het aanbod versterken door te zorgen dat er een breed pallet aan aanbieders aanwezig is, is een regionaal proces. Daartegenover staat de gedachte dat hoe mensen bij zorg binnenkomen heel lokaal is. Dat doe je dan gewoon zelf in eigen samenwerking met het Centrum voor Jeugd en Gezin en het onderwijs’

Deze verdeling in verantwoordelijkheid blijkt makkelijker gezegd dan in de praktijk gedaan. De ‘grootstedelijke problematiek’ uit Breda (184.000 inwoners) ziet er heel anders uit dan bij het 27.000 inwoners tellende Drimmelen.

‘We richten ons welzijnsveld heel anders in dan in de grote stad’, vertelt Jürgen. Marianne vult aan: ‘Ik heb niets te zeggen over hoe Jürgen zijn toegang regelt, terwijl we wel samen de inkoop regelen.’ Jürgen: ‘Ondanks die verschillen moeten we onze keuzes wel op elkaar afstemmen.’

Lokale verschillen

Marianne en Jürgen zoomen dieper in op de lokale verschillen. ‘Hier heb je bijvoorbeeld meer 18+-jongeren met een langere geschiedenis in de jeugdzorg die we ondersteuning willen bieden’, begint Marianne. Jürgen vult haar aan: ‘Die hebben wij ook wel, maar je ziet dat die jongeren vaak rond die leeftijd naar de stad verhuizen.’

Daarnaast noemt hij het verschil in sociale structuren. ‘Als je in een dorp opgroeit maak je vrijwel altijd onderdeel uit van het verenigingsleven, zoals sportclubs, muziekgezelschappen of kinderen uit de buurt waarmee je samen buiten speelt. Het is veel meer ons kent ons. Het is heel wenselijk voor het voorliggend veld om die netwerken in te zetten bij het oplossen van eventuele problemen. Ik denk dat de kans dat dit in dorpen lukt nog groter is.’

Een ander onderscheid dat Jürgen benoemt, is de verdeling tussen koopwoningen en sociale huur. ‘In Drimmelen is dat 70% - 30%. Bij iedere deelgemeente is die verhouding anders. Zonder stigmatiserend te zijn: bij mij thuis was het doorkomen van de lockdown met twee kinderen in een eengezinswoning met grote tuin al lastig zat. Als je met vier kinderen in een flat zonder buitenruimte zit, kan ik me voorstellen dat de spanningen soms sneller oplopen.’

Veel keuze

Deze verschillen vragen niet direct om een ander soort ondersteuning, maar wél om verschillende werkwijzen om gezinnen in hun eigen kracht te laten staan. Marianne:

‘In de wijken waar mensen meer op elkaar wonen, zijn er andere sociale structuren. Hulpverleners moeten andere keuzes maken bij bijvoorbeeld het betrekken van eigen netwerken van jongeren, maar in de samenwerking rondom de inkoop moeten we daar wel ruimte voor bieden.’

De consequentie van gezamenlijk inkopen en de wens een breed pakket te kunnen bieden, houdt in de regio West-Brabant-Oost in dat er met zo’n 220 aanbieders zorgafspraken gemaakt dienen te worden. Jürgen:

‘Dat zijn best ingewikkelde processen. Daar kom je pas werkende wijs achter. Fijn dat we het zo breed hebben, maar het is bijna niet te managen. Iedere keuze is terug te voeren naar budget op lokaal niveau en moet verantwoord worden bij de gemeenteraad.’

Geleerde lessen

Marianne en Jürgen stellen dat de gemeenten steeds beter worden in het benoemen van indicatoren waar hulpverleners bij de aanbesteding aan moeten voldoen.

‘Maar we hebben wel gezien dat deze aanbestedingsroute een heel andere tak van sport is dan we dachten. Het moet meer draaien om partnerschap tussen de gemeenten en aanbieders, waarbij we samen gaan kijken welke zorg er nodig is en hoe we het zorglandschap kunnen blijven verbeteren.’

Een belangrijke gebeurtenis die ten grondslag ligt aan deze les zijn de zware financiële problemen en de uiteindelijke stopzetting van grote jeugdzorgaanbieder Juzt. Juzt kwam in financieel zwaar weer nadat er vanuit de gemeenten werd besloten om voor bepaalde zorgvraagstukken voor andere aanbieders te kiezen.

‘Juzt slaagde er niet in de bedrijfsvoering zo in te richten dat de organisatie in het zorglandschap bleef passen. We hadden veel eerder onze verwachtingen en wensen naar elkaar moeten uitspreken. Achteraf gezien heeft de grote afstand tussen de gemeenten en Juzt niet geholpen. Maar hierdoor hebben we wel geleerd dat we afspraken met elkaar borgen.’

Huidige inkoopvisie

De vorig jaar in een resolutie vastgestelde NvO sloot goed aan op de lijn waarop de wethouders wilden doorontwikkelen. De huidige regiovisie van de regio West-Brabant-Oost is nog niet de uiteindelijke visie die volledig aan de NvO-eisen voldoet. Jürgen moet bekennen:

‘Tussen willen en kunnen is er soms nog een wereld van verschil. Zo voldoet onze dienstverleningsovereenkomst nog niet helemaal aan de niet-vrijblijvende samenwerkingsvorm. De vraag is: met welke snelheid kunnen we dat? En gaat dat passen met het inkoopproces dat voor mij voorrang heeft?’

De twee wethouders zijn ondanks (of juist dankzij) de moeilijkheden en tegenslagen trots op waar ze nu staan als jeugdzorgregio. ‘We hebben het gewoon serieus opgepakt. We zijn gaan zitten en hebben gezegd: ‘We hebben hier een klus te klaren.’ Als je er echt voor gaat, moet je echte afspraken maken en je zal ook dingen moeten opgeven.’

Marianne vervolgt:

‘Durven we dan ook met elkaar af te spreken dat er voor elkaar besloten gaat worden? Daarvoor moet je genoeg vertrouwen in elkaar hebben. Dat is best een proces, want in de gemeenteraad zitten veel eigenwijze mensen die het beste voor hun eigen gemeente willen. Door het vanuit de inhoud aan te vliegen, laten we zien dat we ondanks onze verschillen wel hetzelfde willen.’

Jürgen: ‘En ondanks onze verschillen, doen wij nu al samen ons verhaal.

Bron artikel: VNG.nl