Direct naar inhoud

Safer Caring: een antwoord op uitdagingen van pleegouders

'Het werkt, omdat het ook recht doet aan wat het kind nodig heeft'

Pim Mesie werd 1998 voor het eerst pleegouder en heeft sindsdien 7 pleegkinderen in huis gehad. ‘Ik ben achteraf blij dat we soms burgerlijk ongehoorzaam zijn geweest. Als pleegouder mocht je weinig beslissen en had je meer last van knelpunten in de organisatie rondom pleegzorg, dan van het gedrag van je pleegkind.’ Met de Safer Caring-methode worden pleegouders versterkt in hun rol en betrokken bij de besluitvorming.

Een kind van 4 dat zijn moeder niet mag zien, een tante die geen contact mag hebben met haar neefje: Pim heeft die situaties nooit begrepen. En er destijds dan ook zelf maar oplossingen voor bedacht.

Hij wist dat hij als pleegouder zelf goed kon inschatten wat in het belang van het kind was. Zo ging hij met het kind van 4 tóch bij moeder in het ziekenhuis op bezoek, en ging hij pannenkoeken eten met de tante van een ander pleegkind. Dat pakte in beide gevallen goed uit: er was meer rust bij het pleegkind en vertrouwen in de familie.

Toen hij en zijn collega Mieke Teunissen tijdens de voorbereiding op de organisatie van de Zeeuwse Pleegouderdag 2015 door Pleegoudersupport bij Safer Caring in Friesland terecht kwamen, wisten ze meteen dat deze methode dit soort situaties zou kunnen voorkomen.

Pim: ‘In mijn werk voor de belangenstichting Pleegoudersupport Zeeland kwam ik jaar in jaar uit steeds dezelfde thema’s en knelpunten tegen. Je mocht weinig beslissen, het botste vaak tussen pleegouders en betrokken organisaties, je hebt meer last van het circus eromheen dan van het gedrag van het kind. Als pleegouder heb je een idee van wat het kind nodig heeft en dan zegt een organisatie soms dat het toch anders moet.’

Gelijkwaardige rol voor pleegouders

De Safer Caring-principes komen oorspronkelijk uit Engeland. Ze zijn in Friesland naar de Nederlandse situatie vertaald, Mesie en Teunissen haalden de methode vanuit hun betrokkenheid bij stichting pleegouderzorg naar Zeeland.

De grootste verandering die de methode met zich meebrengt is dat pleegouders, samen met de biologische ouders, de pleegzorgorganisatie en de gecertificeerde instellingen, in overleg en op basis van gelijkwaardigheid besluiten wat het beste is voor het pleegkind.

De methode is bedoeld om pleegouders te ondersteunen en versterken in hun rol, vanuit de gedachte dat dat indirect ook beter is voor het pleegkind. Dat voorkomt ‘breakdowns’, de ongewenste beëindiging van een plaatsing.

Projectleider en procesbegeleider Caroline Mobach: ‘Door de inbreng van pleegouders vanaf de start van de plaatsing gelijkwaardiger te maken aan die van gecertificeerde instellingen en pleegzorgaanbieders, wordt hun positie versterkt. Pleegouders hoeven minder terug te vallen op de instanties en worden serieuzer genomen, waardoor ze zelf alledaagse beslissingen kunnen nemen. Het werkt, omdat dat ook recht doet aan wat het kind nodig heeft – pleegouders hebben daar immers het meest actuele zicht op. Alle betrokkenen staan als één team om het kind heen.’

Steun vanuit de gemeenten

De samenwerkende gemeenten in Zeeland zagen ook kansen toen Pleegoudersupport voorstelde de methode uit Friesland over te nemen, en besloten het initiatief te subsidiëren.

Daarbij is er tijdens het invoeringstraject, in tegenstelling tot in Friesland, voor gekozen om ook de gecertificeerde instellingen te betrekken bij de benadering. Dat is volgens Adrie de Klerk, beleidsmedewerker bij gemeente Vlissingen en contactpersoon pleegzorg namens de 13 betrokken Zeeuwse gemeenten, van grote meerwaarde:

‘De gecertificeerde instellingen hebben wettelijk gezien de bevoegdheid om te bepalen wat er met een uit huis geplaatst kind gebeurt. In de benadering van Safer Caring worden alle partijen betrokken bij belangrijke besluiten. Dat geldt ook voor de pleegouders die onderdeel uitmaken van het zorgteam dat om het kind staat. Dat zorgt ervoor dat de kans van slagen van zo’n plaatsing veel groter is. Dat is vooral voor het kind van belang, maar ook voor ons als gemeente.’

De gemeenten zijn, volgens Pim Mesie, een grote steun geweest bij de invoering van de Safer Caring-methode in Zeeland. De invoering is nu bijna compleet. Daarna blijven de gemeenten wel vinger aan de pols houden, maar ligt de verantwoordelijkheid voor de borging van de werkwijze bij de verschillende betrokken organisaties.

Caroline Mobach: ‘We hebben in 2019 een nulmeting gedaan en gaan in het voorjaar van 2022 opnieuw een onderzoek doen, om te kijken of pleegouders echt het verwachte verschil ervaren. De te verwachten positieve resultaten gaan zeker bijdragen aan de borging, en kunnen ook andere regio’s stimuleren de benadering te gaan invoeren.’

Ter lering en inspiratie

  1. Over de eigen sector heen

    De kern van de Safer Caring-benadering is dat alle partijen die betrokken zijn bij een kind dat in pleegzorg terechtkomt, als team overleggen en gezamenlijk besluiten nemen. Rondom dat kind komt een zorgteam heen te staan, waarin alle betrokken partijen vertegenwoordigd zijn. Dat zijn allereerst de biologische ouders én de pleegouders. Vanuit de gecertificeerde instellingen zijn de betrokkenen meestal een jeugdbeschermer of een gezinsmanager, vanuit de pleegzorgorganisatie een pleegzorgwerker. Daarnaast kan het zorgteam uitgebreid worden met andere personen die voor het kind belangrijk zijn. Bijvoorbeeld een docent of mentor, maar familieleden als opa, oma, ooms of tantes kunnen aansluiten.

  2. Leidende principes

    Het belangrijkste principe van de Safer Caring-methode is dat pleegouders, die 24/7 voor het pleegkind zorgen, vaak heel goed kunnen inschatten wat het kind nodig heeft. De methode draait daarom om openheid en vertrouwen in de expertise, professionaliteit en goede bedoelingen van álle betrokken partijen. Binnen dat kader zijn de leidende principes ‘samenwerking op basis van gelijkwaardigheid’, ‘het maken van één plan met een duidelijke lijn’, ‘het proactief bespreken van mogelijke risico’s’, ‘gedelegeerd gezag voor pleegouders’ en ‘gedeelde besluitvorming in het zorgteam’, rekening houdend met ieders eigen verantwoordelijkheden.

  3. Organisatie en aansturing

    Safer Caring is een netwerksamenwerking. De 7 betrokken organisaties moeten gezamenlijk de werkwijze borgen. Caroline Mobach begon als projectleider in opdracht van de Zeeuwse gemeenten aan de invoering. Nu hebben de grootste pleegzorginstelling en grootste gecertificeerde instelling haar contract overgenomen en is haar rol veranderd in adviseur en procesbegeleider. Als haar opdracht afloopt, moeten de betrokken partijen de werkwijze zelf in stand houden. Dat wordt onder meer geborgd met de gezamenlijke trainingen voor pleegouders, pleegzorgbegeleiders en jeugdbeschermers en een periodiek digitaal kenniscafé waarin betrokkenen met elkaar ervaringen kunnen uitwisselen. Alle betrokken partijen ondertekenen straks een samenwerkingsconvenant.

  4. Aandachtspunten

    Het gezamenlijk in stand houden en onderhouden van de werkwijze is nu het belangrijkste aandachtspunt. Elke betrokken partij moet het in de eigen organisatie blijven onderhouden, zodat ook bij vertrek van collega’s en de komst van nieuwe medewerkers de werkwijze niet verloren gaat. Dat vraagt om onderhoud, daarvoor zijn ook de trainingen belangrijk. En het is belangrijk een samenwerkingsconvenant te ondertekenen, zodat we iets hebben om op terug te vallen en elkaar op te kunnen aanspreken.