Direct naar inhoud

Zelfgekozen mentor biedt jongeren vertrouwen en motivatie

‘Deze jongeren zijn vaak hulpverleningsmoe’

De spanningen in het gezin van Melle* (15) lopen zo hoog op dat uithuisplaatsing dreigt. Hij vertoont dagelijks grensoverschrijdend gedrag, gevoed door zijn licht verstandelijke beperking (LVB). Agressief en opstandig, ‘foute vrienden’, zich niet aan de regels houden die ouders en school hem stellen. Als hij zélf een mentor mag kiezen, gaat het langzaam beter.

Eefje Fransen was betrokken bij de pilot waarbij jongeren een informele mentor als steunfiguur kiezen in de hoop dat zij ondanks hun complexe problemen toch thuis kunnen blijven wonen. Zij werkt bij Koraal, een organisatie die er is voor mensen van alle leeftijden met ernstige (verstandelijke) beperkingen en complexe gedrags- en/of psychiatrische problemen. Inmiddels is de pilot afgerond en wordt de ondersteuningsvorm succesvol ingezet in de gemeenten Echt-Susteren, Maasgouw, Roerdalen en Roermond.

“Jongeren als Melle zijn vaak hulpverleningsmoe. Ze hebben al zoveel hulpverleners voorbij zien komen en hebben geen zin meer in nog eens tig gesprekken met in hun ogen vreemde mensen. Daarom mag een jongere in de JIM-aanpak (Jouw ingebrachte Mentor) zelf een vertrouwenspersoon kiezen die hem kan helpen. Of het nu een oma is, een buurman, pleegmoeder, sportcoach, tante of vriend van de familie. Uiteraard moeten de ouders van de jongere wel achter de keuze staan en toestemming geven.”

Zelf doelen stellen
Hoe werkt de JIM-aanpak? Bureau Jeugdzorg en het Centrum voor Jeugd en Gezin verwijzen jongeren met de juiste indicatie door naar het zogeheten InVerbindingsteam. Dat bestaat uit deskundigen van de jeugdhulporganisaties Rubicon, de Mutsaersstichting en Koraal. Zo is er op uiteenlopende terreinen expertise beschikbaar. Van verslavingszorg tot geestelijke gezondheidszorg, van jeugdzorg tot zorg voor mensen met een licht verstandelijke beperking. Vanuit het InVerbindingsteam gaan we op zoek met de jongere en het gezin naar de JIM. Eefje Franssen en collega Nancy Schreurs zijn ambulante hulpverleners die de jongere en het gezin coachen. Nancy:

“Doordat een jongere zijn eigen mentor mag kiezen, ontstaat er rust en krijgt de jongere wél de motivatie om mee te werken in een bepaald hulpverleningstraject. De mentor en de jongere maken daarom samen een plan van aanpak waarin de jongere doelen voor zichzelf stelt. Wij als hulpverleners werken mee op de achtergrond. Het voordeel? De JIM kan de jongere veel beter bereiken, kan met hem lezen en schrijven en weet hoe de jongere het beste benaderd kan worden.”

Netwerk ondersteunen
De mentor is de spin in het web en slaat de brug naar zowel de ouders als de hulpverleners. Eefje:

“Wij zijn nadrukkelijk niet de hulpverleners van het gezin, dat zijn de mentoren. Wij sparren wel met de JIM en we adviseren en coachen, maar zetten in de hulpverlening bewust een stap achteruit. Dit is een volstrekt andere manier van werken. Hulpverlening gaat niet aan de slag om jongeren te ondersteunen, maar investeert in het netwerk. Het is dus ook stoppen met stapelen van hulpverlening. Na zes tot negen maanden zijn wij weg en kan de JIM gewoon verder gaan in de ondersteuning, als het nodig mocht zijn.”

* Fictief voorbeeld.

Ter Lering en Inspiratie

  1. Over de eigen sector heen

    JIM is gestart en ingevoerd in de gemeenten Echt-Susteren, Maasgouw, Roerdalen en Roermond. In aanmerking voor het JIM-traject komen jongeren uit deze vier gemeenten die tussen de 12 en 18 jaar zijn en voor wie uithuisplaatsing dreigt. Vorig jaar is ook de gemeente Venlo met de JIM-aanpak gestart en een aantal andere Noord-Limburgse gemeenten sluiten binnenkort aan. De gemeenten Maastricht en Weert hebben ook belangstelling om de aanpak in te voeren. Ook elders in het Land werken organisaties met JIM.

  2. Leidende principes

    • Jongeren kiezen zelf een mentor, iemand bij wie zij zich op hun gemak voelen. • De leden van het InVerbindingsteam staan altijd klaar om de mentor met raad en daad bij te staan. • De mentor is vertrouwenspersoon voor de jongere en zijn vertegenwoordiger richting ouder(s) en professionals. • Wat gezinnen en hun mentor en netwerk zelf kunnen, doen zij zelf. Waar hulp nodig is, wordt snel de juiste hulpverlening geboden vanuit het team. Of het nu gaat om verslavingszorg, diagnostiek of systeemtherapie.

  3. Organisatie en aansturing

    Bij dreigende uithuisplaatsing verwijzen Bureau Jeugdzorg en het Centrum voor Jeugd en Gezin door naar het InVerbindingsteam. Dit team bestaat uit deskundigen van de jeugdhulporganisaties Rubicon, de Mutsaersstichting en Koraal.

  4. Aandachtspunten

    Van de mentor moet vooraf duidelijk commitment gevraagd worden. Voorwaarden en verwachtingen naar elkaar moeten helder zijn. Ook in het InVerbindingsteam moet kennis en kunde beschikbaar zijn op uiteenlopende probleemgebieden. Er moet dus altijd die expertise in huis zijn die nodig is binnen een specifieke casus.


Vragen of meer informatie?

Neem dan contact op met Truus Gelissen van Koraal of het InVerbindingsteam van JIM-werkt

  • Truus Gelissen
  • InVerbindingsteam
    077-321 78 91 of neem een kijkje op www.jimwerkt.nl