Direct naar inhoud

Pilot West-Brabant West: Een snellere route naar goede zorg

Huiselijk geweld, psychische problemen, vechtscheidingen, drugsgebruik. Gezinnen waarbij jeugdbescherming betrokken raakt, worstelen vrijwel altijd met complexe problematiek. Hoe zorg je voor adequate en snelle hulp voor deze gezinnen? Van vrijwillig tot gedwongen kader? De regio West-Brabant West koos voor een verantwoorde shortcut; hulpverleners die niet na elkaar instappen, maar samen optrekken om de beste route uit te stippelen.

Tussen hulpverlenende instanties zitten overal hobbels en ravijnen, constateert JaapJan de Boer, werkzaam als senior adviseur Jeugd en Onderwijs bij Vondel & Nassau en projectmanager Jeugd en Onderwijs bij Samen Sterk zonder Stigma. Hijs is tijdelijk vervanger van de vaste projectleider Kalle van IJzendoorn.

‘Doordat elke organisatie zelf aan de slag gaat met een gezin, raak je eigenlijk de rode draad kwijt.’

Het leidt tot onnodig tijdverlies, merkt hij.

Dat moet beter kunnen. Sneller ook. Vanuit die gedachte sloegen negen gemeentes in West-Brabant West de handen ineen in het sociale domein. Veilig Thuis deed mee, net als de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK), de gecertificeerde instellingen voor jeugdbescherming (GI’s), de Willem Schrikker Groep en Jeugdbescherming Brabant.

Jeugdhulpverleners aan zet

Het idee: De jeugdhulpverleners vanuit de gemeentelijke toegang krijgen een centrale rol. Zij doen de vraagverheldering en leveren al de eerstelijns ambulante hulpverlening. Ook verwijzen zij indien nodig door naar de tweedelijns zorg.

‘Zij zijn in the lead. Samen met Veilig Thuis, de RvdK en de GI bepalen zij wat de beste stappen zijn om het kind zo snel mogelijk een veilige omgeving te kunnen bieden’. De jeugdprofessionals blijven de regie houden in het vrijwillig kader om het gezin te ondersteunen, vertelt Madelon de Vliet. Zij werkt bij de gemeente Steenbergen en is voor de regio West-Brabant West de ambtelijk projectleider veiligheidsteams.

‘Pas als een rechter een maatregel heeft uitgesproken, komt er in het gedwongen kader een andere regisseur.’

Maar tot dat punt is er altijd één vast contactpersoon, één regisseur. Iemand die naast het gezin blijft staan. ‘Professionals van Veilig Thuis kunnen bijvoorbeeld wel zeggen: we gaan mee op gesprek met het gezin. Maar de jeugdhulpverlener heeft de regie, is eerste aanspreekpunt voor het gezin.’

Als er in het vrijwillig kader speciale expertise nodig is, dan wordt dat tegelijkertijd ingezet. Op die manier hoeven gezinnen niet eindeloos te wachten op hulp en ondersteuning. Of het nu gaat om schuldenproblematiek, verslaving of huiselijk geweld.

Plusje op het gebied van veiligheid

Dat vraagt wel om bekwame jeugdhulpverleners met een specialisme voor complexe veiligheid die deze rol op zich nemen. De negen gemeenten kochten via een inkooptraject HBO SGJ geregistreerde professionals gezamenlijk in, de jeugdprofessionals.

Een deel van deze jeugdprofessionals maken onderdeel uit van het veiligheidsteams. ‘Dat zijn mensen die een passie hebben voor kinderen die in de knel zitten. Mensen met een plusje op het gebied van veiligheid’, vertelt Van Vliet.

De gemeenten werken in het sociaal domein intensief samen. Wanneer er een casus binnenkomt, wordt gekeken welke jeugdprofessional - die werkt in het Centrum Jeugd en Gezin (CJG) van elke gemeente - het meest geschikt is om met een gezin aan de slag te gaan.

Oog voor het hele plaatje

Het grootste voordeel van deze aanpak is dat één sterke professional aan de voorkant het hele plaatje kan overzien. Boer: ‘Hij of zij kan ook veel beter de context uitleggen aan andere partijen en er hoeft veel minder vanuit “gevoel” gehandeld te worden.’

Om ervoor te zorgen dat deze professional goed beslagen ten ijs komt, staan er wekelijks drie (online) vergaderingen gepland met alle disciplines: mensen van Veilig Thuis, GI en de RvdK.

Van Vliet: ‘Dat werkt twee kanten op. Onze professionals leren van hen en zij zien hoe het werk in het gemeentelijke deel van het sociaal domein. Wat in de gemeente bijvoorbeeld beschikbaar is, hoe we straks terug kunnen gaan naar het vrijwillig kader, hoe we dit kunnen borgen.’

Maar er is nog een pluspunt, zegt Boer:

‘Je werkt een stuk minder normatief, omdat je expliciet vanuit verschillende blikvelden naar het gezin kijkt. Daardoor doe je veel meer recht aan de werkelijke situatie.’
Van Vliet vult aan: ‘Wanneer de problematiek toch te complex is en een gezin naar het gedwongen kader moet, weet je als hulpverlener nu wel zeker wie de cliënt opvangt en dat alle relevante informatie daar ook aanwezig is.’

Veiligheidskaart

Om de route naar de juiste hulp zo goed mogelijk te bepalen, wordt samen met het gezin een veiligheidskaart gemaakt.

Boer: ‘Stel: de professional brengt een casus in bij het Veiligheidsteam. Ter voorbereiding heeft hij met het gezin gesproken over hoe het gaat. Wat de zorgsignalen zijn. Maar ook de positieve signalen. En: welke stappen zijn gezet in het gezin, wat proberen we met elkaar, wat werkt er niet? En er staat een gewogen oordeel in over hoe veilig of onveilig de situatie is. De meerwaarde is dat je niet meer de rode lijn kwijtraakt. En het gezin hoeft niet voor de twintigste keer zijn verhaal te doen: die veiligheidskaart reist mee met het gezin, de hele keten door.’

Vertraging eruit

Zo worden heel wat -vertragende- stappen overgeslagen. Door de veiligheidskaart hoeft elke organisatie niet meer een eigen veiligheidsplan in te vullen. Ook de jeugdbeschermingstafel is niet meer nodig. Een flinke sprong naar hogere efficiency.

Zonder slag of stoot ging dat niet, weet Van Vliet: ‘In eerste instantie hadden alle hulpverleners hun eigen (forse) caseload en nu moesten ze er ook nog iets anders naast gaan doen. We hebben keihard ingezet op de samenwerking en zorgen met tijdelijke extra financiering, dat we de mensen de ruimte geven.’

De pilot is gestart in 2018 en heeft financiering tot 2021. Dan zijn de extra middelen op en moet het betaald worden vanuit de basis. Aan stoppen denkt Van Vliet niet:

‘We gaan door met het implementeren van deze werkwijze. Hoewel het nog te vroeg is om duidelijke resultaten op papier te zetten, zien we wel dat het aantal doorverwijzingen naar tweedelijnszorg vanuit de GI en vanuit de rechter, afneemt. Dat gaat over dure zorgpakketten. Een positief resultaat dus. We zijn nu bezig met het opstellen van een structurele monitor, om te kijken of wat we zien ook daadwerkelijk klopt.’

Benieuwd hoe in Nederland gewerkt wordt aan verbetering van de jeugdbeschermingsketen? Bekijk dan ook het verslag van de pilots in Utrecht, Amsterdam, Rotterdam-Rijnmond, Foodvalley en Zeeland.